Dit interview verscheen op 13 juni in Het Laatste Nieuws.

Vijf jaar nadat Kristof Calvo (Groen) ‘F*ck de zijlijn’ schreef, staat hij daar nog steeds: Vivaldi is voorlopig van tafel en de groenen werken de halve Wetstraat op de zenuwen, met de Rail Pass als ‘hoogtepunt’. Hij zucht: “Van corona raken we genezen, maar de politiek is nog altijd ziek.”

Als tiener schreef fractieleider Kristof Calvo (33) al brieven naar ministers. Zo vurig was zijn liefde voor de politiek. Maar er zit een haar in de boter, zo blijkt na twee uur, twee koffies en voldoende afstand. Onvoorwaardelijke kalverliefde groeide uit tot een haat-liefdeverhouding. “Die obsessie met de eigen partij, de kortetermijnpolitiek en de laatste rel op Twitter: saai!”

Eerst een brandende vraag: aan wie gaat u uw Rail Pass geven? Een parlementair spoort gratis.

“Zoals een journalist. Maar niet iedereen moet die tienrittenkaart ophalen. Het enige vervelende is dat de maatregel niet vooraf met de NMBS besproken is.”

Het enige? Voor u en mij is het al overbodig. En de GEES raadt dagtripjes af met het openbaar vervoer.

“Natuurlijk moet het veilig en gezond verlopen! Maar ik wil iedereen verleiden tot het openbaar vervoer. Mensen met een bescheiden inkomen kunnen hun familie bezoeken of een uitstapje maken. Wie het niet breed heeft, heeft ook recht op vrije tijd. Mensen met een hoger inkomen kunnen de auto eens laten staan.

En het zal toerisme in eigen land stimuleren. De NMBS moet sowieso steun krijgen, ze staat voor een uitdaging. De treinen bleven rijden, maar ze vervoerden lucht. Er zijn uiteraard ook gerichte maatregelen nodig voor wie het niet breed heeft.”

Groen bleef opvallend stil toen de storm losbarstte.

“(zucht) Ik vind het erg vermoeiend om elke dag op Twitter-relletjes in te gaan. Ik heb daar geen zin in. Dit is niet hét nationale investeringsplan van de groenen, het is wel een groene maatregel. Ik hoop dat er na corona geen lobby is voor luchtvervuiling en files!”

Voor de superkern gebruikt u de hashtag #allemaalsamen. Is dat niet pathetisch als je ziet hoe iedere partij een trofee eist?

“Dat is terechte kritiek. Maar ‘allemaal samen’ was wel de hashtag van de coronacrisis. We hebben herontdekt hoe solidair we als samenleving kunnen zijn. Toen de crisis uitbarstte, keurden tien partijen belangrijke maatregelen goed, zoals de technische werkloosheid, de bankengarantie en het corona-ouderschapsverlof. Ik vond een minderheidsregering een interessant experiment. Er is niks ondemocratisch aan het zoeken van een meerderheid in het parlement. Maar de formule botst nu op haar limieten.”

Groen werkt, is de partijslogan. Maar Groen werkt na dit experiment vooral veel partijen op de zenuwen.

“(schudt het hoofd) We steunden de regering in de gezondheidscrisis. Maar wanneer een sociale crisis aanbreekt, kloppen we op tafel voor wie in armoede leeft. Elkaar zwartmaken is gemakkelijk, maar ik vind het afstompend. Geen enkele partij kan alleen iets fiksen. Maar de Wetstraat is zenuwachtig, wantrouwig. Men gunt elkaar weinig. Iedereen denkt aan dat procentje groei. Van corona raken we genezen, maar de politiek is nog altijd ziek. Ik wil vechten voor grotere veranderingen. Dát is rock-‘n-roll. Dat lukt alleen als politici beter samenwerken.”

Groen kan dus samenwerken met N-VA? Geen veto voor de formatie?

“We werkten goed samen voor de horeca-resolutie, maar de verschillen zijn heel groot. De formatie is al ingewikkeld genoeg. In plaats van te speculeren over mogelijke theoretische opties, moet er gekozen worden tussen de twee realistische opties: Vivaldi of een regering PS-VA. Ik vind het onnozel dat men rond de pot blijft draaien.”

Er is een stap gezet: Paul Magnette verklaarde begin deze week de Vivaldi-coalitie (zonder N-VA en met groenen) dood.

“Ik zit niet op het PS-partijbureau dus ik weet niet wat er is gezegd.”

U lijkt het te ontkennen.

“Je leest zoveel: Groen ligt eruit, Open Vld mag niet meedoen, N-VA en PS spreken, dan is het weer oorlog. Scoop: er moet een regering komen. Ik pleit voor een progressieve coalitie, want dat is het beste voor dit land. Zeker na corona: de kloof tussen arm en rijk mag niet groter worden.”

Vlaanderen stemde niet voor een progressieve coalitie. En moet een constructieve politicus niet juichen bij een stap vooruit?

“Tuurlijk! Wij houden een regering met N-VA en PS niet tegen! Maar beide opties zijn legitiem. Er is een regering wanneer er een meerderheid is.”

Intussen deemstert Groen weg terwijl een jonge socialist met de aandacht gaat lopen.

“Ik juich progressieve politici met zelfvertrouwen toe. De uitdagingen zijn groot genoeg. Maar als nieuwe voorzitter ligt de focus van Conner Rousseau erg op zijn partij. Ik hoop dat het niet leidt tot het uitvergroten van verschillen tussen progressieve krachten.”

U was jaren hét gezicht van die progressieve krachten. U lijkt veranderd. Stiller.

“Als oppositieleider kom je vooral in beeld met beleid dat je niet goed vindt. Ik geloofde altijd in samenwerken, in Mechelen doe ik dat ook. En die wil is sinds de verkiezingen groter geworden, ja. Als je Vlaams Belang ziet herrijzen en zoveel mensen blanco stemmen, kan je niet gewoon verder peddelen. Die obsessie met de eigen partij, de kortetermijnpolitiek en de laatste rel op Twitter: saai! Ik liet er mij ook soms door meeslepen, maar ik wil er geen energie meer aan besteden. Het wringt wel, want iemand op de korrel nemen wordt opgepikt, terwijl het moeilijker is om gehoord te worden via constructieve politiek. Er is scepsis over.”

Er is cynisme omdat die constructieve politiek zich beperkt tot quasi gelijkgezinden.

“Ik pleit niet voor eenheidsdenken of het verstoppen van meningsverschillen. Maar het moet meer een ideeënstrijd zijn dan één tussen partijen. Een mooi voorbeeld uit Nederland. Jesse Klaver (boegbeeld GroenLinks) zei tegen de minister van Volksgezondheid Bruins dat hij de bal had misgeslagen in de coronacrisis. Hij antwoordde: ‘U heeft gelijk.’ Dat heb ik hier nog niet gehoord! Een politicus die een fout toegeeft, is al snel ‘dood’. De saga van de mondmaskers is onaanvaardbaar, maar tegelijk is het begrijpelijk dat er fouten worden gemaakt in zo’n ongeziene crisis. Ik ben kritisch voor de politiek in dit land, maar ik mis mildheid voor politici.”

Ah bon?

“De verwachtingen zijn soms moeilijk te verzoenen. Iedereen wil politici die de partij overstijgen, maar o wee wanneer je een compromis maakt. Iedereen smeekt politici om op lange termijn te denken, maar we zijn enorm bereikbaar voor de waan van de dag. Iedereen roept dat we moeten stoppen met kibbelen, maar constructieve politiek wordt minder opgepikt.”

U klinkt als Calimero.

“Neen! Politicus zijn is één van de meest fascinerende jobs. Als ik de trappen van de Kamer beklim, ben ik nog altijd erg blij dat ik één van die 150 volksvertegenwoordigers ben. Politiek was mijn eerste lief, zei ik altijd. Maar eerlijk? Ik heb nu meer een haat-liefdeverhouding. Deze manier van politiek is gewoon versleten.”

Dat horen we al een paar jaar. Hoe wil u die oude draaimolen doen draaien?

“Verandering hangt deels af van de houding en de mentaliteit van politici. Maar dat is niet genoeg. Vrij naar Rutger Bregman: de meeste politici deugen. Maar de spelregels niet. Ze maken van ons flitshandelaars op korte termijn, fulltime concurrenten. Ik pleit voor een federale kieskring.”

Een wensdroom.

“(gaat verder) Ik zie dat na Ecolo en Groen, ook sp.a en de PS samenhokken. Door zo’n kieskring verminder je de concurrentie tussen gemeenschappen. Je voelt het land beter aan. Ik wil de partijfinanciering beperken, want partijen zijn permanente campagnemachines geworden. Op sociale media voedt het voortdurende campaignen de polarisatie. Advertenties op die kanalen moeten worden geplafonneerd. Ik pleit voor de partij-overschrijdende stem zodat je op meerdere partijen kan stemmen en bruggenbouwers een duw in de rug kan geven. Door het kiessysteem aan te passen, promoot je samenwerking. Twee weken geleden sprak ik toevallig anderhalf uur met Raoul Hedebouw (PTB) - toffe gast - over zijn ideeën. De eerste opdracht van een politicus is nieuwsgierig zijn. Je kan maar vooruitgaan als je je wil openstellen voor de ideeën van een ander.”

Maar zou u zo’n gesprek ook met Tom Van Grieken voeren?

“Ik probeer mens en mening te scheiden, maar soms zijn de verschillen te groot. Als ik zie wat hij de laatste dagen zegt over racisme, dan heb ik geen cordon sanitaire nodig om te weten dat het onverzoenbaar is. Maar het ontslaat mij niet van de taak om na te denken over de stemmen voor het VB. Een progressief sociaal beleid is een antwoord op extreemrechts. Die stemmen hebben ook te maken met de financiële moeilijkheden van veel mensen.”

Politiek was uw eerste lief, maar als ik u zo hoor: is het ook uw laatste lief ?

“Nee! (lacht) Ik hoop dat er stabiliteit komt bij Anderlecht, dat Karel Van Eetvelt en Vincent Kompany het daar op de rails krijgen en dan spring ik op de trein! Maar eerst de politiek op het juiste spoor krijgen. Als het niet verandert na de grootste crisis sinds Wereldoorlog II, wanneer wel?”