Dit artikel verscheen in Veto op 30 maart 2020.

Geen rust voor Kristof Calvo, federaal fractieleider van Ecolo-Groen. Tussen de debatten rond de regeringsverklaring en het plannen van een natuurwandeling door blijft hij zijn strijdvaardige zelve.

We spreken Calvo de dag nadat Wilmès II haar beleidsverklaring heeft afgelegd. Ook Groen en Ecolo, beide nochtans in de oppositie, geven de minderheidsregering het vertrouwen én gaan akkoord haar speciale volmachten toe te kennen om de coronacrisis het hoofd te bieden. Dat vraagt om een woordje uitleg.

Hoe moet volgens u de oppositie met deze bijzondere machten omgaan?
Kristof Calvo: ‘Ik denk dat in een crisis als deze  geen meerderheid en oppositie bestaan. Ik ben een grote fan van Rutger Bregman, de Nederlandse historicus en auteur van De Meeste Mensen Deugen. Hij zegt: “Rampen en crisissen brengen het beste in mensen naar boven.” Dat zou in de politiek ook zo moeten zijn. Wat nu gebeurt, is heel uitzonderlijk.’

We zitten nu wel met een centrum-rechtse minderheidsregering die zegt steun te bieden aan bedrijven, maar wat met de zelfstandigen en sociaal zwakkeren? Hoe gaan jullie er vanuit deze positie voor zorgen dat ook hun belangen verdedigd worden, terwijl jullie die bevoegdheden afstaan?
‘Eén: het was natuurlijk beter geweest mocht er een volwaardige regering geweest zijn op het moment dat corona ons land heeft bereikt. De voorbije negen maanden is er daarin heel veel tijd verloren gegaan. Net daarom is deze samenwerking tussen de regering en het parlement nodig en op dit moment - helaas - de enige manier om ons land door deze crisis te loodsen.’

‘Twee: parlement en regering zullen net door de afwezigheid van een meerderheid heel goed moeten samenwerken. Dat is een deel van de afspraak en ik vind dat eigenlijk wel positief. Om zo een mooie kant van politiek te laten zien en tot een meer volwassen relatie te komen tussen parlement en regering, die er in dit land niet altijd is.’

‘En drie, er zijn inderdaad heel wat mensen die niet kunnen rekenen op sterke belangengroepen die het voor hen opnemen en die mogen ook absoluut niet vergeten worden; mensen zonder dak boven hun hoofd, zonder papieren of die het financieel moeilijk hebben. Het is voor ons cruciaal dat in deze periode ook het politieke antwoord heel solidair is.’

‘Als wij mensen vragen risico’s te nemen op intensive care, dan moeten we dat ook politiek durven te doen’

Opvang- en asielcentra moesten echter de deuren sluiten. Voor de mensen die nu op straat komen te staan, lijkt onze maatschappij toch helemaal niet solidair? Waarom worden deze jobs dan niet als essentieel beschouwd? 
‘Dat is een van de dingen die wij aankaarten in het kader van die samenwerking. Er zijn heel wat maatregelen die genomen moeten worden. Het is normaal dat nog niet alle antwoorden vandaag al klaar zijn. Het is ook een ongeziene crisis.’

‘Het klinkt wat vreemd uit de mond van een politicus, maar ik heb ook wel empathie voor die moeilijkheden. Ik pleit voor een zekere mildheid, maar dat betekent niet dat die problemen vergeten mogen worden. Integendeel. Stap voor stap moeten die dingen aangepakt worden.’

‘Ik hoop dat deze periode ons aanzet om over de dingen na te denken, want ze leert ons eigenlijk ook veel over de toekomst. Hoe belangrijk onze gezondheidszorg is, hoe onmisbaar onze verplegers en leerkrachten zijn. Op dit moment is bijvoorbeeld de begroting even ondergeschikt, maar ik hoop dat we dit onthouden wanneer er straks weer belangrijke begrotingskeuzes worden gemaakt.’

Door de maatregelen zit u nu als fractieleider helemaal alleen in het parlement. Heeft u op zo’n moment het gevoel dat er wel heel veel op uw schouders komt te liggen?
‘Je beleeft zo’n crisis in de eerste plaats als mens, waarbij je ook in je omgeving plots die symptomen ziet opduiken. Waarbij je ook geconfronteerd wordt met twijfels van vrienden en familie: de ene die wel moet gaan werken, de andere niet. Pas in tweede instantie beleef je zo’n crisis als politicus. Het zijn moeilijke omstandigheden, maar tegelijk kijk ik er wel naar uit om hopelijk goed te kunnen samenwerken. Net omdat mijn overtuiging is dat de Belgische politiek tout court, ook buiten corona, snakt naar meer samenwerking.’

F*ck de zijlijn (Calvos’s recentste boek, red.)?
‘Niet alleen dat. De regering is meer dan een jaar geleden gevallen en de Wetstraat heeft een obsessie met de volgende verkiezingen en met campagne voeren. In alle eerlijkheid: ik heb het daarmee gehad. Hopelijk zorgt een ongeziene crisis ook voor meer samenhorigheid in de politiek. Dat betekent niet het einde van ideologische tegenstellingen of van het debat, maar het zou wel het begin mogen zijn van meer samenwerking, empathie, mildheid en positiviteit.’

‘Het is een heel verwarrende en onzekere tijd, maar tegelijkertijd is er die houvast van al die mensen die zich ongelooflijk hard inzetten. Als wij vragen aan mensen om risico’s te nemen op intensieve zorg, dan moeten wij dat ook politiek durven te doen. Ik weet niet waar dit toe gaat leiden, maar het risico dat wij als politici met deze constructie nemen is vele malen kleiner dan het gevaar dat die mensen op intensieve zorgen lopen om anderen te helpen.’

U vertelde over uw frustratie met die typische Belgische gang van zaken…
… (onderbreekt) ‘Het is geen typisch Belgische gang van zaken, België zelf is niet het probleem. Het probleem van dit land is particratie. Partijen die elkaar niets gunnen, in de loopgraven zitten, te veel de oude boeken lezen en oude tegenstellingen opkloppen. Ik geloof dat België werkt als wij dat zouden willen. Ik geloof zelfs dat dit land, een plek waar talen en culturen elkaar ontmoeten, eerder het model van de toekomst is dan van het verleden; eerder een verrijking dan een verarming.’

‘Wat corona wel aantoont is dat de politiek, als we dat willen, in staat is tot heel grote beslissingen’

‘Het probleem tussen de N-VA en de PS is niet het probleem tussen Vlamingen en Franstaligen. Ik put daar ook een stuk uit mijn eigen ervaring in onze gemeenschappelijke fractie van Ecolo en Groen. Ja, er zijn soms verschillen tussen Nederlands- en Franstaligen, maar er zijn ook belachelijk veel overeenkomsten. Ik heb het al eerder gezegd: alleen ga je voor even sneller, maar samen ben je al vrij snel verder. Dat is zeker zo voor een crisis, maar dat zou eigenlijk 365 dagen per jaar het geval moeten zijn.’

U heeft het over de interne strubbelingen in de Belgische regering, maar kan niet hetzelfde gezegd worden over Europa? 
‘Een crisis als deze toont aan dat de weg vooruit niet minder maar net meer Europa is. Met de Green Deal reikt Europa trouwens ook voor een stuk de oplossing nadien aan, voor de herlancering die we nodig hebben na wat toch wel een periode van recessie is. De grote uitdagingen van deze tijd gaan we alleen maar kunnen aangaan met een sterkere Europese integratie.’

Na een eerste periode van scepsis begreep men hoe ernstig het virus was. Ziet u dat besef van urgentie doorgetrokken worden naar de klimaatproblematiek?
‘Ik denk dat je niet alles op één hoopje moet gooien. Als het nog gaat over corona: daar ben ik redelijk positief in. Oké, het heeft even geduurd voor de urgentie overal is doorgedrongen, en ja, er is wc-papier gehamsterd en er zijn onverantwoorde feestjes georganiseerd. Maar ik zie toch ook heel veel burgerzin en verantwoordelijkheidsgevoel.’

‘Wat corona wel aantoont, is dat de politiek, als we dat willen, in staat is tot heel grote beslissingen. De manier waarop kan je natuurlijk niet toepassen op andere uitdagingen, maar het toont wel aan dat de samenleving heel maakbaar is en een sterke overheid en een politiek die knopen doorhakt heel belangrijk zijn.’

Maar ontmoedigt dat u net niet? Voor corona zijn nu die stappen op korte tijd gezet; waarom kan dat dan niet voor iets zo urgent als de klimaatproblematiek? 
‘Ik kan de twee dingen niet helemaal vergelijken. Je ziet corona niet, maar het is natuurlijk wel heel dichtbij en op heel korte termijn. De effecten van klimaatverandering zijn in ons deel van de wereld nog een stuk abstracter.’

‘Ik zei al dat de vergroening van onze economie een heel belangrijk deel van de oplossing zal zijn voor de economische heropleving na de eigenlijke crisis. In onze strijd tegen klimaatopwarming kunnen we dan de mensen die nu door de strijd tegen corona hun baan dreigen te verliezen aan een nieuwe job helpen.’

In de coronacrisis zien we opnieuw duidelijk de stroom aan misinformatie en fake news op sociale media. Hoe gaat u daar de strijd tegen aan?
‘In alle eerlijkheid: de impact van sociale media op democratie is een thema waar ik op dit moment het meest over pieker en het meest over probeer te lezen. Ik ben zelf een kind van deze tijd en ben heel actief op de verschillende kanalen. TikTok laat ik nu wel aan mij passeren (lacht). Ik heb sociale media altijd omarmd en een manier gevonden om zaken dichter bij mensen, en zeker jongeren, te brengen.’

‘Ik blijf ervan overtuigd dat een progressief beleid heel veel mensen kan overtuigen’

‘Tegelijkertijd zie je ook wel meer en meer de achterkant van die vooruitgang. Er ontstaan gewoon twee democratieën. In de VS zie je dat duidelijk: de Republikeinen en Democraten hebben elk hun pagina’s, mensen worden vooral gesterkt in hun eigen overtuiging en praten niet meer met elkaar. De algoritmes splitsen de opinies van onze samenleving en maken dat mensen vooral bevestigd worden in hun eigen overtuiging en dat empathie of de ontmoeting soms verloren gaat.’

Maken jullie zelf ook gebruik van bedrijven die jullie helpen mensen op sociale media beter te bereiken?
‘Wij werken veelal met in house dingen. Er zijn natuurlijk ook bij ons mensen die op sociale media werken, maar als je de budgetten vergelijkt, dan zie je wel dat Groen eerder in andere dingen investeert vergeleken met andere partijen. Ik denk dat sociale media en democratie wel een van de kwesties is voor de komende tijd.’

‘In de Kamer hebben wij daar nu net een reeks hoorzittingen over lopen in de Commissie Technologische Vraagstukken. Op dit moment is er veelal zelf-regulering van de platformen. Ik denk dat dat op termijn moet veranderen. Een evidente maatregel lijkt mij bijvoorbeeld het verbod om politiek te adverteren onder zestien jaar.’

‘Men zou al moeten beginnen om toch voor een stuk de mogelijkheden voor politieke partijen en hun budgetten aan banden te leggen. Ik erken dat een wereldwijd platform zich niet zo makkelijk laat reguleren. Doorgaans zijn er heel veel bepalingen over wat partijen wel en niet mogen doen. Digitaal is het eerder ‘vrijheid-blijheid’ en dat is niet altijd een goede zaak. Ik wil de creativiteit niet aan banden leggen, maar ik denk dat iedereen wel aanvoelt dat dat niet alleen positief is.’

De kiezers van Groen zijn veelal hoogopgeleide, milieubewuste mensen die in hun bubbel blijven. Hoe doorbreek je als partij dat algoritme?
‘Dat is een goede vraag. Ik denk wel dat sterke overtuigingen en empathie voor de anderen goed kunnen samengaan. Mijn pleidooi voor empathie en ontmoeting is géén pleidooi voor het loslaten van je overtuigingen.’

‘Voor progressieve partijen vormt het een uitdaging om letterlijk en figuurlijk dat gesprek weer aan te gaan. Dat betekent ook: qua thema’s de juiste keuzes maken. Ja, er is onbehagen over migratie en de islam, maar dat is eerder het symptoom dan de eigenlijke oorzaak. De eigenlijke oorzaak is de sociaal-economische ongelijkheid en onzekerheid. Die bestrijden vormt dé grote uitdaging voor de politiek tout court en in het bijzonder voor de progressieve partijen.’

‘Heel veel mensen die hard werken worden in onze economie daar niet langer voor beloond. Wat doen populisten? Zij organiseren die concurrentie: het is of mensen op de vlucht helpen of ‘onze mensen’ in armoede helpen. Progressieven moeten die concurrentie doorbreken en terug een project schrijven waarin iedereen vooruit kan. Maar, daarin wel die sociaal-economische zaken zeer centraal plaatsen. Ook als je draagvlak wilt voor de strijd tegen klimaatopwarming ligt daar de sleutel. De sleutel is een samenleving die eerlijker is, die beter herverdeelt en hard werken meer beloont.’

‘Als het je niet aanstaat, stap dan zelf de politiek in om de boel te veranderen’

U spreekt nu over beleid, maar is dat wel voldoende? Kijk naar Amerikaanse presidentskandidate Elizabeth Warren, die op beleidsvlak heel sterk onderbouwd was, maar toch geen groot deel van de bevolking kon bereiken. Vooral de mensen die op haar leken, kozen voor haar. 
‘Of vooral dat de mensen die niet op haar lijken niet op haar stemden. Dat is een heel confronterende vraag, ook voor mezelf (lacht). Ik blijf er wel van overtuigd dat een progressief beleid heel veel mensen kan overtuigen. Dat is ook de reden dat ik zelf heel sterk heb aangedrongen op het vormen van een progressieve coalitie. Ik denk dat een progressief en eerlijk beleid de enige manier is om op korte, zeker middellange termijn de extremen terug te dringen.’

‘In een recent interview met De Tijd verwees ik uitgebreid naar mijn eigen stad. Nog niet zo lang geleden was hier in Mechelen Vlaams Belang de grootste partij. In 2000 heeft men dan over de partijgrenzen heen de krachten gebundeld en de bezorgdheden van mensen au sérieux genomen, maar wel op een progressieve manier. Met succes. Onze stad is helemaal veranderd. Ze ziet er niet alleen maar mooier uit, maar er is ook veel meer vertrouwen in elkaar en in de overheid. Het VB is ondertussen een van de kleinste fracties in onze gemeenteraad en bepaalt niet meer de sfeer in Mechelen.’

‘Progressieve partijen moeten hun eigen verhaal schrijven, met meer assertiviteit, minder mitsen en maren. Ze moeten meer grote dromen hebben, maar die dromen wel vertalen in heel concrete, betekenisvolle stappen voor mensen die hard werken. Grote dromen, kleine stappen is een combinatie waar ik heel erg in geloof. In mijn boek noem ik dat possibilisme. Zeker in een complex land als België is dat de manier om vooruit te gaan. Niet de revolutie prediken maar dag per dag concrete stappen vooruit zetten en het leven van mensen verbeteren.’

Wat zou u zeggen tegen jonge mensen die geïnteresseerd zijn in politiek maar menen dat het geen zin heeft om de Belgische te volgen omdat “hier toch niet veel verandert”?
‘Eerst één nuance: in heel Europa is het steeds moeilijker om regeringen te vormen. Er zijn op veel plekken minderheidskabinetten. Ik huiver een beetje om het als een louter Belgisch probleem te bekijken. Ik geloof echt in de rijkdom van die ontmoeting van talen en culturen.’

‘Dan mijn eigenlijk antwoord: als het je niet aanstaat, stap er dan zelf in om de boel te veranderen. Dat is eigenlijk de titel van mijn boek hé: F*ck de zijlijn. Het is tijd om op te staan en heel luid en duidelijk je overtuigingen uit te spreken. Ook jonge mensen kunnen in de politiek veel betekenen. Er zijn nog heel veel dingen die ik niet weet en nog moet bijleren, maar dat is nu wel iets dat ik wel al geleerd heb en 100% zeker van ben. Politiek bepaalt elke minuut van ons leven, dus dat is een heel goede reden om er deel van te zijn.’

‘Een les die ik trok: minder campagne voeren voor jezelf en je partij, en meer voor de politiek en het land als geheel’

Zelf was u 23 toen u in de Kamer begon, we zijn nu tien jaar verder. Wat zijn de zaken die u het meest hebben bijgeleerd of gevormd? 
‘Ik heb het genoegen gehad om op twee fronten te kunnen functioneren in een plek waar ontmoetingen en ervaringen samenkomen. In Mechelen door de gemeenschappelijke stadslijst tussen liberalen en ecologisten en in het federaal parlement door een gemeenschappelijke lijst tussen de Nederlandstalige en Franstalige fractie Ecolo-Groen. Die ervaring heeft mij heel veel geleerd. Een dagdagelijkse oefening in empathie en eigenlijk ook een dagelijkse verplichting tot creativiteit, om niet gewoon uit je eigen boek voor te lezen, maar ook op zoek te gaan naar voorstellen en ideeën die kunnen verenigen.’

‘Ik heb daar zelf geen verdienste aan, er is altijd al die fractie Ecolo-Groen geweest en de stadslijst bestond in Mechelen al voor ik politiek actief was, maar die twee plekken en die ontmoeting van ervaringen en overtuigingen hebben mij wel heel veel geleerd. Dat wens ik eigenlijk elke politicus toe.’

‘Een les die ik voor mezelf de voorbije maanden heel uitdrukkelijk getrokken heb is minder campagne voeren voor jezelf en je eigen partij, en meer voor de politiek en het land als geheel. Het zal mij worst wezen of we de volgende verkiezingen 10, 11 of 12 procent halen. Ik wil dat België Champions League speelt. Dat is belangrijker dan de score van Groen bij de volgende verkiezingen.’