Deze tekst verscheen op mijn Facebookpagina: www.facebook.com/kristofcalvo

β€œAlles ok ondertussen?”
β€œHa, je leeft nog?!”
β€œJe ziet er eindelijk weer uitgeslapen uit. Heeft de vakantie deugd gedaan?”

Ja, de vakantie heeft deugd gedaan, zeker Maanrock. Ja, ik leef nog. Ja, het gaat goed met mij.

Maar ook: ja, het zal nog wel even duren voor ik 26 mei helemaal verteerd heb. Er was de tegenvallende uitslag van Groen – ja, we zijn een winnaar, maar te weinig. Er was de comeback van Vlaams Belang – nog altijd een lookalike van het Vlaams Blok van weleer. Er waren de vele blanco kiezers en afwezigen, landgenoten die helemaal zijn afgehaakt, gedegouteerd van β€˜de politiek’, mijn eerste lief, mijn grote passie.

En dat hebben wij, politici, aan onszelf te danken. Ons land wordt gegijzeld door de partijpolitiek, door de particratie en al haar ongemakken. Het gaat vooral om wie-wordt-Eurocommissaris in plaats van wat-gaan-we-doen. Partijen en politici sloven zich uit om de verschillen uit te vergroten, ook als er gemeenschappelijke grond is. We struikelen over elkaar in de hoop de volgorde van kleine partijen om te gooien (β€˜wij’ 12% en β€˜zij’ 10%), alsof dat de wereld echt verandert. De fouten van de ander krijgen daardoor meer aandacht dan de eigen oplossingen. Grote vraagstukken worden herleid tot kleine incidenten. Men vertelt steeds minder en toch wordt er niet meer geluisterd, integendeel.

Dat is meteen ook wat ik mezelf verwijt – meer dat dan die 30 seconden gewauwel bij Ivan De Vadder. Ik was de voorbije tijd zelf teveel deel van het politiek gekrakeel. Van het onaantrekkelijk mediagedoe over veto’s, postjes, de rel van de dag, wie-met-wie, de kleine politiek. Als oppositieleider was dat deels onvermijdelijk. Mensen die mij goed kennen weten hoe frustrerend ik dat soms vond. Net daarom had de campagne beter gemoeten. Ik heb te veel campagne gevoerd voor mezelf en mijn partij, te weinig voor de politiek als geheel en niet genoeg voor een ander BelgiΓ«.

Over de groene campagne valt heel wat te zeggen. De tot nu aanslepende onduidelijkheid over bepaalde voorstellen heeft ons zeker parten gespeeld. We leken in de laatste rechte lijn plots weer een één-thema-partij. Te weinig hebben we duidelijk gemaakt dat het klimaatvraagstuk en het sociale twee kanten van dezelfde medaille zijn.

Want bij dat sociale ligt voor mij ook de belangrijkste reden voor de wedergeboorte van extreemrechts. Om dat fenomeen hier en elders te begrijpen moet je vooral kijken naar het einde van de maand. Meer dan naar de maandelijkse migratiestatistieken. Het is al langer mijn overtuiging – zie mijn tweede boek β€˜Leve politiek’. Het culturele onbehagen door terreuraanslagen en migratie is een feit, maar dat het woekert, komt vooral door de ongelijkheid en de bestaansonzekerheid waar veel landgenoten mee geconfronteerd worden.

Ongelijkheid is de oorzaak, cultureel onbehagen eerder het gevolg. Wanneer mensen onzeker zijn over hun baan, loon of pensioen, is men bang voor concurrenten. En nieuwkomers zijn dan altijd concurrenten. Populisten cultiveren dat. Ze stellen ons voor de keuze: β€˜open grenzen’ of onze sociale zekerheid, β€˜onze armen’ of de vluchteling. Ondertussen zijn de klimaatjongeren daaraan toegevoegd als extra vijand. β€˜Eerst onze mensen, pas dan het klimaat.’ Alsof klimaat een luxeprobleem is, iets voor later.

Progressieve politiek moet weer de belofte concreet maken dat de samenleving er als geheel op vooruit kan gaan. Een samenleving hoeft geen wedstrijd te zijn van winnaars en verliezers. Politiek hoeft niet te kiezen tussen planeet en portemonnee. Wij kunnen weer samen vooruitgaan, als we er werk van maken. Het einde van de maand halen en het einde van de planeet afwenden: het gaat samen, tenminste als we dat willen.

We zijn ondertussen meer dan 100 dagen na de verkiezingen. En de campagne-modus lijkt gewoon door te gaan. Alle partijen zijn met zichzelf bezig of al met de volgende verkiezingen. Voor de regeringsformatie lijkt er geen deadline te zijn. Als er niet snel iets verandert, kennen we de winnaar van de volgende verkiezingen al: de antipolitiek. Dan was 26 mei slechts het voorspel.

Wie hoopte dat ik zou blijven zwijgen, zal ik moeten teleurstellen – hoewel zo’n drie maand zonder al teveel studio’s en tweets wel deugd doet. Maar het is allesbehalve een tijd om op te geven, om je terug te trekken. Het is net een tijd om op te staan, weerbaarheid te tonen. Ik blijf een possibilist. Hoopvol en strijdbaar. Nog altijd met veel passie, energie en overtuiging. Ik geloof dat dit land vooruit kan, stap voor stap.

BelgiΓ« kan wel werken, als we dat willen. Het zal maar werken als we dat ook echt willen. Als de kiescampagne stopt. Als we samenwerken. Als taboes sneuvelen. Als we de politiek veranderen in plaats van nog maar eens een staatshervorming op dezelfde manier. Als we weer ontdekken dat de ontmoeting van meningen, talen en culturen ons kan verrijken. Als we duidelijk maken dat sterke overtuigingen en openheid, zelfs twijfel, hand in hand gaan. Als partijen en posten weer herleid worden tot wat ze werkelijk horen te zijn: een middel om het land te veranderen, geen doel op zich. Pas dan is politiek weer in staat tot grootste dingen.

VoilΓ , zo kennen jullie mijn goede voornemens. Het is mijn engagement voor het nieuwe politieke jaar. De verkiezingsuitslag kunnen we niet meer veranderen. Wat we ermee doen en wat we eruit leren, ligt wel in onze handen. Er is veel mogelijk in ons land, maar niet zo, niet op deze manier. Gewoon verder doen zoals we bezig zijn is dus geen optie. Niet voor mij, niet voor ons, niet voor de politiek, niet voor ons land.