…basisinkomen staat haaks op het mensbeeld van conservatieven, waarbij mensen concurrenten van elkaar moeten zijn, waarbij egoïsme zelfs nodig is… (foto: pixabay)

Toen Nele Lijnen (Open VLD) een tijdje geleden vroeg om een kleine bijdrage te leveren aan haar boek “Win for Life” heb ik meteen toegezegd. Ze is een fijne collega in de Kamer en actieve politici die boeken schrijven verdienen per definitie waardering. Even uit de dagjespolitiek breken tussen cover en achterflap is nuttig en nodig.

Dat ook nog eens doen rond een prikkelend idee als het basisinkomen is helemaal een uitstekend idee. Lijnen wist uiteindelijk een bonte groep van opiniemakers te verzamelen.Elk met eigen insteken, maar allemaal geboeid door het basisinkomen. Sommigen met een
concreet voorstel. Anderen zoals ik met ook nog heel wat twijfels en bekommernissen.

Minstens even bont als de club van Nele zijn de tegenstanders van het basisinkomen. Je krijgt een eigenaardige coalitie van klassiek links met onvoldoende verbeelding en klassiek rechts met een negatief mensbeeld. Jean-­Marie Dedecker hekelt “het recht op luiheid”.

Volgens N­VA-­Kamerlid Valerie Van Peel ga je met een basisinkomen naar “een Waals model”. Ook de jonge SP.A-collega’s Rob Beenders en Tine Soens kanten zich tegen het onvoorwaardelijke karakter. “Niet werken en wel verdienen, dat valt niet te rijmen met een welbegrepen idee van solidariteit”, luidt hun redenering. Maar waarom solidariteit koppelen aan werk? Het moet toch ook vertrekken vanuit de ambitie dat eenieder meetelt, dat iedereen recht heeft op een menswaardig leven? Zeker in een rijke samenleving als de onze?

Vertrouwen in mensen

Een basisinkomen daagt deze 2017-samenleving van “loon naar werken” en “voor wat, hoort wat” helemaal uit. Maar dat is net het aantrekkelijke. Het basisinkomen staat haaks op het mensbeeld van conservatieven, waarbij mensen concurrenten van elkaar moeten zijn, waarbij egoïsme zelfs nodig is. Het basisinkomen vertrekt vanuit een positief mensbeeld en vertrouwen in elkaar. In plaats van iedereen als een (potentiele) luierik of fraudeur te zien is er het geloof dat iedereen vooruit wil: voor zichzelf, voor haar of zijn kinderen en ja, zelfs het collectief, de samenleving als geheel.

Een samenleving van formulieren, controles en sancties wordt ingeruild voor eentje van aanmoedigen, met de overheid als een stimulerende partnerstaat. Nu hebben we voor elke uitdaging een eigen uitkeringsstelsel. We lossen in onze welvaartsstaat probleem per probleem op. Voor tal van zaken bestaan er subsidies en sociale correcties, met telkens administratieve rompslomp. Met het basisinkomen maakt de te enge focus op klassieke arbeid plaats voor een bredere kijk met meer aandacht en waardering voor informele zorg, ondernemersambities en gemeenschapsactiviteiten.

Een basisinkomen invoeren doe je uiteraard niet op een, twee, drie. Er zijn, ook bij mij, nog altijd vraagtekens over modaliteiten en financiering. Onze huidige sociale zekerheid inruilen voor een aalmoes voor iedereen mag het in elk geval niet worden. Persoonlijk ben ik gecharmeerd door het model van de negatieve inkomstenbelasting of een onvoorwaardelijk belastingkrediet voor eenieder die anders in de armoede verzeilt. Heeft men onvoldoende inkomen, wordt er bijgepast.

Het basisinkomen is dan wel onvoorwaardelijk, maar wordt niet de overbodige extra X euro voor de hoge inkomensgroepen. Het is dus een goedkoper model, maar nog altijd erg ambitieus. Het betekent immers het einde van de armoede. Tegelijk is het een trampoline voor startende ondernemers, de bestaanszekerheid tijdens een ervaringsjaar voor jongeren of een waardig inkomen voor zorgverstrekkers zonder andere inkomsten.

Het kan één van de modellen zijn waarrond we het Planbureau activeren om mogelijke scenario’s te objectiveren. Want dat is eigenlijk mijn belangrijkste pleidooi. Laat het ons het basisinkomen ernstig onderzoeken en er alvast mee experimenteren, zoals in Finland en Nederland gebeurt.

Niet meer dromen is nooit meer veranderen

Ooit was algemeen stemrecht een utopie. Ooit was een maanlanding een vage droom van John F. Kennedy. Vandaag is het basisinkomen nog utopisch, een droom. Maar een samenleving die stopt met dromen, stopt ook met te veranderen. Net daarom moet ook de linkerzijde het basisinkomen omarmen. Omdat alleen nog maar het debat erover voeren één grote campagne is voor een ander mensbeeld, gestoeld op linkse en progressieve waarden.

De belangrijkste opdracht van linkse en progressieve krachten vandaag is immers het herontdekken en aanwakkeren van collectieve ambities en dromen. Het basisinkomen is zoiets. Laat ons geen vrede nemen met het einde van de Turteltaks of 300 miljoen extra meerwaardebelasting, hoe relevant dat ook is als korte termijn politieke doelstellingen. Een linkerzijde die het basisinkomen niet omarmt als vergezicht legt zich de facto neer bij eeuwige armoede en vrijheid als een soort van luxeproduct. Het streven naar meer vrijheid en gelijkheid is net de bestaansreden van linkse en progressieve politiek.

En ja, het basisinkomen is zeker geen nieuw idee. Want al in 1516 verwees Thomas Moore in zijn Utopia naar het basisinkomen. Maar het zou wel een heel nieuw maatschappelijk tijdperk kunnen inluiden. Het is - wie weet - zelfs een idee dat het potentieel heeft om bruggen te bouwen tussen links en rechts. Maar om die brug te bouwen moet rechts, maar dus ook links uit de loopgraven.

(Dit opiniestuk verscheen op 30 maart in Knack)

Share This