20160708 BRUSSEL GROEN : Kristof Calvo FOTO BAS BOGAERTS

…dat is wat mensen van politici mogen verwachten: de verandering binnen handbereik alvast realiseren…

“Iedereen heeft zijn lade met oude voorstellen nog eens leeggeschud en noemt dat nu vernieuwing. Ik vrees dat de kar te zwaar geladen is”. Echt enthousiast klinkt mijn collega Monica De Coninck (sp.a) niet over de opstart van de werkgroep Politieke Vernieuwing in de Kamer. Het was ook de teneur in de rest van het artikel (DM 6/3). Teveel prioriteiten, te weinig focus, klonk het voorbarig. Nog maar eens een werkgroep, hoor je al.

Ik heb het eerlijk gezegd wat gehad met zulke stukken. Natuurlijk hadden heel wat maatregelen al eerder moeten gestemd zijn. Die van de parlementaire pensioen bijvoorbeeld. Ik ben net 30, maar al maanden moet ik over mijn pensioen praten. Natuurlijk moeten over affaires zoals Kazakhgate, de Publizaken en het bijklussen van onze Kamervoorzitter scherpe analyses verschijnen. Maar politieke berichtgeving glijdt wel wat af naar scorebordjournalistiek, waar een gezonde scepsis over hoe en wat toch steeds vaker flirt met antipolitieke gevoelens. Dat is niet onschuldig. Het versimpelt politiek te zeer tot iets dat eenvoudig zou zijn. Het omarmt te weinig de rijkdom van wetgevend werk en inhoudelijke conflicten daaromtrent. Net op een moment dat er terecht wordt getwijfeld aan wat (parlementaire) politiek nog kan betekenen, is er ook wel een cruciale rol weggelegd voor media in het duiden van de complexiteit en de diversiteit van die instellingen.

Zeg dus nog niet “nog maar eens een werkgroep”, maar geef die het voordeel van de twijfel. Dat is wat ik ook doe, ondanks de vele redenen om te twijfelen aan de formule en aan de agenda van sommige partijen. Inderdaad, er zijn valkuilen. We gaan de vis niet mogen laten verdrinken. Laat interessante debatten zoals stemrecht op 16, de afschaffing van de Senaat en ons kiessysteem geen reden zijn om het niet meer te hebben over de aanleiding van de hele oefening. Dat was het buitensporig cumuleren van posten en vergoedingen bij sommigen en het gebrek aan transparantie daarover.

Een tweede valkuil is dat we belangrijke debatten zouden uitbesteden. Het is het voorstel van Peter De Roover (N-VA). Volgens hem kan de politiek niet zelf beslissen over eigen lonen en statuten. Ik ben het daar fundamenteel mee oneens. Als we niet in eer en geweten over onze eigen lonen kunnen beslissen, verdienen we al zeker niet het vertrouwen om dat wel te doen voor alle 11 miljoen Belgen. Eerlijke en propere politiek is geen materie voor Ernst & Young, maar wel voor de Kamer. Die knopen moeten we dus ook zelf kunnen doorhakken

De hele discussie beperken tot een centenkwestie – de derde valkuil – is ook geen goed idee. Het gaat over nog veel meer dan alleen lonen en mandaten. Eens om de zoveel jaar een bolletje kleuren, het is al lang niet meer voldoende. De wereld wordt horizontaal, partijen en parlementen werken nog verticaal. We moeten het dus ook hebben over hoe we de burger dichter bij politiek kunnen brengen, over hoe we de participatie kunnen versterken. Eigenlijk hebben we zelfs de luxe niet om dat als een keuze te beschouwen. Of we gaan de mondigheid en het engagement in onze samenleving veel actiever omarmen, of we gaan naar een nog veel grotere crisis van politiek en onze instellingen.

Voor een aantal maatregelen lijkt er een momentum te zijn: transparantie over mandaten en vergoedingen, minstens een begin van decumul, scherpe afspraken over de rol van de Kamervoorzitter en het registreren van contacten om belangenvermenging tegen te gaan. Misschien zelfs ook voor stemrecht op 16 en het mogelijk maken van gemengde commissies in het parlement, waar niet-politici en parlementsleden elkaar kunnen ontmoeten rond bepaalde thema’s.

Maar ik besef nu al dat deze werkgroep mijn partijprogramma nooit zal goedkeuren. De interne afspraken die we bij Groen historisch hebben zullen nooit door de traditionele partijen worden overgenomen. Maar de kiezers kunnen dan in 2018 en 2019 oordelen of ze die verschillen belangrijk vinden, of we verder moeten gaan. Ook dat is democratie. Ook dat is wat mensen van politici mogen verwachten: de verandering binnen handbereik alvast realiseren. Daar ligt dus voor mij de lat, zeker nu plots een aantal zaken wél mogelijk lijken. Drie weken geleden was het nog vloeken in de kerk als je iets zei over Bart De Wevers inactiviteit als parlementslid. Vandaag zegt zijn eigen partij dat parlementsleden ook in commissie moeten zijn om loon op te strijken.

We gaan dus vooruit. Onze hele democratie hertekenen voor de zomer zal niet lukken. Maar laat het minstens een begin zijn. Met cynisme gaan we onze democratie sowieso niet vernieuwen, laat staan redden. De kar van de werkgroep Politieke Vernieuwing moet dus verdomme – excuseer – erg zwaar geladen zijn. Wie van politiek houdt, moet ambitieus zijn. Wie het echt goed meent met onze democratie, kan zich vandaag echt niet wentelen in de rol van analyticus aan de zijlijn of louter genoegen nemen met de aanklacht.

(dit opiniestuk verscheen op 7 maart in De Morgen)

Share This