collage

…mensen moeten in hun hart beroerd worden om voorbij het eigenbelang te kijken… (foto’s: CC - commons.wikimedia.org)

Toen ik in oktober 2014 aan de slag ging als columnist, leek de boksmatch tussen N-VA en PS het nieuws te gaan beheersen. Charles Michels maidenspeech was net in de soep gedraaid door allerlei incidenten. “Ik hoop vurig dat deze legislatuur niet die van de dwaze polarisatie wordt”, schreef ik (DM 17/10/2014). Toen was de intrede van Vlaams-nationalisten in onze federale regering nog groot nieuws. Vandaag legt Donald Trump de eed af als president van de Verenigde Staten…

Op deze pagina’s is al veel inkt gevloeid over Trump, zijn Europese onderaannemers en daartegenover de rol van progressieven en links. Ik ben eigenlijk best optimistisch over de succeskansen van een authentiek progressief verhaal. Populisten zijn te verslaan door progressieven. Want “het probleem van links” is vooral het probleem van de sociaaldemocratie.
Ik word niet vrolijk van die vaststelling, maar ze is feitelijk wel juister. Het proces van de sociaaldemocratie is al vaak gemaakt: te veel Derde Weg, te weinig principes, te inwisselbaar met andere traditionele partijen. Zaken zoals Optima, Dexia of nu weer Publifin helpen uiteraard ook niet. En dan is er nog het getwijfel rond de samenlevingsthema’s.

Niet hoopvol genoeg
Wie - zoals ik - een sterke sociaaldemocratie genegen is, moet die analyse maken. Ik betwist wel het pleidooi voor steeds maar meer radicaliteit ter linkerzijde. Niet zelden is het een pleidooi voor een herdruk van de oude manifesten. Het grootste probleem van klassiek links is niet zozeer een gebrek aan radicaliteit, wel dat het onvoldoende hoopvol is.

Het loutere gebeuk tegen “de sociale afbraak” wakkert zelfs meer ikkigheid aan. Want dan gaat het de hele tijd over (zelf) niet verliezen, amper nog over samen vooruitgaan. Het werkt een samenleving in de hand waar windmolens enkel nog staan voor subsidies. De sociale zekerheid van de ander wordt een kostenpost. Alles lijkt een zero sum game. De vooruitgang van de ander moet jou dus iets gekost hebben.
Radicaal populistisch links lijkt op het eerste gezicht aantrekkelijker. Maar dat is het enkel als electorale strategie op korte termijn. Een eenvoudig schuldmodel is nog nooit een oplossing geweest, ook niet als de vluchteling als zondebok wordt ingeruild voor de ondernemer of de Poolse truckchauffeur. Een progressief verhaal zoekt ook naar nieuwe evenwichten tussen markt en staat, tijd en geld, ik en wij. Het moet uitdrukkelijk pro-politiek zijn. Een stem voor Peter Mertens is blijkbaar een fuck you (DM 7/1/2017). Ik zeg fuck de zijlijn.

Wat kan dan wel werken? Opnieuw samen aan iets werken, het herontdekken van collectieve ambities en dromen, maken dat mensen zich weer (h)erkennen als deel van een groter geheel. Met een moeilijk woord is dat mijn pleidooi voor progressief patriottisme. Leve het vaderland? Inderdaad, leve het vaderland. Wie daartoe aanzet, is de filosofe Martha Nussbaum.

Want mensen moeten in hun hart beroerd worden om voorbij het eigenbelang te kijken. Mensen gaan van nature niet meteen begaan zijn met de hele mensheid. Liefde voor het vaderland kan een tussenstap zijn. Patriottisme, zowel cultureel als economisch, maakt dat mensen elkaar niet als concurrenten beschouwen. Maar elkaar als medemensen benaderen en behandelen.

Filosoof Philippe Van Parijs schreef het al in 2006. “Een politieke entiteit functioneert beter naarmate meer burgers bereid zijn voor haar een deel van hun persoonlijk belang op te offeren. Dat geldt in het bijzonder op het niveau waar de herverdeling plaatsvindt. Voor ons, nu, is dat niveau België”, aldus Van Parijs. Dat laatste zal nog wel even zo blijven.

Mijn patriottisme is in de eerste plaats een resolute keuze voor de bestaanszekerheid van onze eigen bedrijven en werknemers: economisch patriottisme, als dam tegen ongelijkheid. Paul Magnette (PS) moet zich dus echt niet excuseren voor zijn houding in het CETA-dossier. Eigen volk eerst? Neen, gewoon vermijden dat lokale bedrijven en werknemers gediscrimineerd worden door te brutale competitie. Dat betekent ook fier zijn op Made in Belgium. Die windmolens op zee zijn dus echt niet enkel een kost. Het is ook een fraai staaltje pionierswerk, een investering in de toekomst van ons allemaal.

P-woord
In ons land roept het woord patriottisme snel allergische reacties op. Ten onrechte wordt het met staatsopvoeding of uitsluitend nationalisme geassocieerd. Ten onrechte wordt gemeenschapsvorming en identiteit overgelaten aan conservatieven en populisten. Ik mocht het zelf ondervinden na mijn pleidooi voor een burgerschapsverklaring: een preambule bij onze Grondwet over wat écht belangrijk is, beginselen die we actief doorgeven aan jongeren en nieuwkomers.
In een land met een zwakke constitutionele cultuur was het een beetje vloeken in de kerk. Volgens Bart Eeckhout moesten we net de patriottische bescheidenheid koesteren (DM 22/8/16). Ik ben het in die hele periode als columnist nooit zo oneens geweest met de chef van deze krant als die keer. Het ruikt naar nihilisme waar niets nog belangrijk genoeg is om voor op te staan. Zeker in deze tijd moeten we burgers samenbrengen rond wat hen zou kunnen verbinden. Niet rond een vlag (ook geen tricolore!), een taal of een god, maar rond een set van beginselen, die van onze democratie en de rechtsstaat. Rond onze sociale zekerheid, ons onderwijs, onze gezondheidszorg: als wij-zaken, niet iets van ik, ik of ik.

Empathie
Voor de nieuwe Nederlandse PvdA-leider Lodewijk Asscher is het patriottisme een leidraad. Mijn groene compagnon Jesse Klaver (GroenLinks) heeft net een boekje uit rond de Nederlandse identiteit. Terecht. Als we niet actiever definiëren wat we willen en moeten delen met elkaar, krijg je onvermijdelijk meer bestaansonzekerheid en cultureel onbehagen, vruchtbare grond voor Trumpiaanse figuren.
Patriottisme is empathie op grote schaal. Dat inlevingsvermogen is cruciaal voor onze democratie. Als we, dwars door de scheidslijnen in elke moderne samenleving, fatsoenlijke instituties in stand willen houden, dienen we de competentie om ons in te leven in de ander te verbeteren, aldus Nussbaum. Ik geef toe: patriottisme is niet iets rationeels. Maar emoties in politiek hoeven niet negatief te zijn. Dat monopolie op emoties, en bijgevolg op dromen en ambities, mogen we Trump en zijn vrienden echt niet gunnen.

Dat het nodig is bewijst het onderzoek van Mark Elchardus (VUB) naar de toekomstverwachtingen van jongvolwassenen. Voor zichzelf hadden mijn generatiegenoten nog wat hoop. Maar voor de samenleving als geheel is men minder positief. Dat wordt onder andere verklaard door een zwak geloof in de mogelijkheden van collectieve actie. De jongvolwassenen rekenen niet (meer) op de politiek, wel op zichzelf, hun familie en een portie geluk. We trekken ons plan wel, klinkt het.

Het geloof in collectieve actie, gemeenschappelijke dromen en ambities weer versterken, is de grootste opdracht van alle progressieve krachten. Dat is voor mij patriottisme. Wij mensen samen, wij Belgen, kunnen stenen verleggen en dus bergen verzetten. In plaats van schaakpartijen over verkiezingskartels of (pseudo)burgerbewegingen moeten we vooral daaraan werken.
Make Belgium Great Again? Inderdaad, Yes We Can.

Share This