ketermaya-refugee-camp-ahmad-and-mouath-lebanon-20140531

…op een bevolking van 4,5 miljoen mensen vangt Libanon op dit moment 1,5 miljoen vluchtelingen op… (foto: Ahmed met zoon Mouath in Ketermaya-vluchtelingenkamp in Libanon, mei 2014 - CC World Bank)

Als ik op deze pagina’s bij wijze van stijlfiguur Theo Francken de minister van Muren en Prikkeldraad noem (DM 2/12), slaat hij een hele voormiddag aan het twitteren. Als je iets kritisch zegt over N-VA volgt een onlinetsunami van de virtuele zwartgele knokploeg. ‘s Avonds dan ook aanschuiven voor een volwassen tegensprekelijk tv-debat over het asielbeleid zag Francken helaas niet zitten. Op dat vlak is hij alvast klaar om Bart De Wever op te volgen: liever een quasi-regeringsmededeling alleen in de studio dan woord en wederwoord.

In elk geval heeft Francken sindsdien aardig zijn best zijn best gedaan om mijn punt te bewijzen. Waarvoor dank. De stijlfiguur wordt zo een feitelijke omschrijving. Met de hetze tegen de “wereldvreemde” rechters - iets wat trouwens veel te snel passeert - leek de N-VA-communicatie meer dan ooit op de pamfletten van het Vlaams Belang. Copyright Geert Wilders was het: exact dezelfde formulering, dezelfde dag.

En onze premier? Die schuift de facto mee aan die tafel. Noodgedwongen of gemeend? Ik twijfel stilaan en dat maakt me pas echt bezorgd. Michels oplossing voor de oorlogsmiserie van het Syrische gezin? Een visum voor Libanon. Op een bevolking van 4,5 miljoen mensen vangt Libanon op dit moment 1,5 miljoen vluchtelingen op. Dat is anderhalf keer Brussel bovenop een bevolking à la Wallonië.
Wij, het welvarende België, erkennen dit jaar in volle crisis 6.700 Syriërs, een doorsnee Vlaamse deelgemeente. Libanon wordt overspoeld, wij niet. Zij mogen klagen. Wij niet. De ‘opvang in de regio’ is newspeak voor trek uw plan, ons kan het niet schelen. Niemand zegt dat we alles en iedereen moeten opvangen. Maar bijna niemand, veel te weinig politici in elk geval, durven de zaken te benoemen: we doen te weinig. Dat is niet alleen het probleem van de Syrische vluchtelingen in nood.

Het wordt ook ons probleem. Het discours van minder, minder, minder - ook copyright Geert Wilders - is een belediging voor ons land, een aanfluiting van onze waarden. Het doet oneer aan een Europese en Belgische geschiedenis vol migratieverhalen. Het maakt van menselijkheid een links of progressief idee, terwijl het iets zou moeten zijn waar iedereen in meer of mindere mate blijk van geeft. Menselijkheid wordt afgedaan als iets naïefs, een scheldwoord bijna. Alsof er tussen muren en prikkeldraad enerzijds en ‘open grenzen’ anderzijds geen evenwicht te vinden is.

We hoeven als beleidsmakers niet emotioneel te ageren, wel menselijk en hartelijk. De juridische strijd van dat ene gezin of de boottocht van een ander is wat ons, mensen, bindt, overal op deze planeet. Het is de zoektocht van elke vader of moeder naar een veilige plek. Hier geboren worden en niet in Aleppo, daar heb je geen enkele verdienste aan. Dat toeval dwingt ons tot begrip en zelfs een tikkeltje nederigheid en dankbaarheid in deze netelige kwestie.

Het fundamentele aan dit debat is - hoe belangrijk ook - dus niet het arrest van het Hof van Beroep of het functioneren van DVZ. Wel hoe we met elkaar over de vluchtelingenkwestie denken en praten. Oorlogsvluchtelingen worden nu al maanden weggezet als gelukzoekers. Ik vraag me al de hele tijd af: zijn we dat niet allemaal, en wat is daar verdorie mis mee? Mogen we dat ook nog even zeggen? Mijn grootouders waren in 1960 ook gelukzoekers. Ze moesten gelukkig niet in een wankel bootje stappen in oorlogstijd. Maar wat ben ik content dat ze toen op de trein sprongen - letterlijk - die voorbijkwam.

Share This