Kerncentrale_Doel (foto arafi)

…op de sites van Doel en Tihange lag eind 2014 maar liefst 3.260 ton uranium…

In het debat over de kernuitstap gaat het maar zelden over de afvalproblematiek, nochtans is dit wel een heel belangrijk aspect. Dit wordt met de cijfers die ik bij minister Marghem opvroeg nog eens onderstreept. Op de sites van Doel en Tihange lag er eind 2014 een totaal van maar liefst 3260 ton uranium. Door de levensduurverlenging van de kerncentrales Tihange 1, Doel 1 en Doel 1, wordt het nog meer. Er zal daardoor een bijkomende hoeveelheid van 370 ton uranium geproduceerd worden. 

  1. Radioactief afval of radioactief “afval”?

Iedereen denkt bij het woord ‘radioactief afval’ ongetwijfeld aan de vaten tijdelijk opgeslagen radioactief afval in de bunkergebouwen van Belgoprocess op de bergingssite in Dessel. Belgoprocess beschikt er immers over grote bunkergebouwen vol laagactief geconditioneerd afval, middelactief geconditioneerd afval, hoogactief verglaasd afval, en alfahoudend afval.

Het hoogactieve afval op de site is het kleinst in volume (1,4% van alle afval), maar vertegenwoordigt maar liefst 98% van de radioactiviteit in al het afval dat er ligt opgeslagen. Het gaat voornamelijk om het verglaasd afval dat van Frankrijk terug naar België wordt getransporteerd, na de opwerking van bestraalde brandstofelementen van Belgische kerncentrales. Sinds het moratorium op opwerking, ligt het grootste deel van de bestraalde brandstof, de zogenaamde ‘splijtstofstaven’, van de kerncentrales echter “tijdelijk” opgeslagen bij de kerncentrales zelf. De hoeveelheden radioactief afval op de site van Belgoprocess zijn goed en duidelijk gedocumenteerd, alsook de wijze van opslag. Welk “afval” er echter nog op de sites van Doel en Tihange ligt, en welke hoeveelheden “afval” er de komende jaren nog zullen bijkomen door de verlengde exploitatie van de kernreactoren Doel 1 & Doel 2 en Tihange 1, is echter veel minder bekend en slechter omschreven. Om hierover meer duidelijkheid te krijgen stelde Kristof Calvo, federaal parlementslid Groen, een parlementaire vraag aan Energieminister Marghem.

NIRAS, de Nationale Instelling voor radioactief afval en verrijkte splijtstoffen, is verantwoordelijk voor het beheer van overtollige splijtstoffen (verrijkte, plutonium houdende, ongebruikte en bestraalde stoffen). Verschillende nucleaire exploitanten bezitten verrijkte splijtstoffen en/of plutonium houdende stoffen. Geen enkele van deze exploitanten geeft deze stoffen echter aan als overtollige stoffen. Ze vragen dus niet dat deze stoffen als afval worden overgenomen door NIRAS. Strikt genomen zijn de verbruikte splijtstofstaven uit de kernreactoren dus geen radioactief afval, aangezien de exploitanten deze staven niet aangeven als “overtollige stoffen”.

  1. Tonnen uranium op de sites in Doel en Tihange en er komen er nog bij…

De hoeveelheden uranium die gebruikt worden in de Belgische productieparken lopen gemiddeld op tot 120 ton per jaar. Door de levensduurverlenging van de kerncentrales Tihange 1, Doel 1 en Doel 1, zal een bijkomende hoeveelheid van 370 ton uranium geproduceerd worden. Op de sites van Doel en Tihange lag er eind 2014 een totaal van maar liefst 3260 ton uranium!

Daarbij komt dat de huidige voorziene capaciteit niet volstaat om alle gebruikte splijtstofstaven op te slaan op de site. Door de levensduurverlenging van de drie centrales moeten er capaciteiten worden bijgebouwd op de sites voor de opslag, maar wanneer precies deze zullen worden gebouwd is niet geweten. De Minister antwoordt hierop als volgt: “Er zijn studies lopende bij Synatom over de toekomstige opslagcapaciteiten teneinde de indienststelling van deze installaties begin van volgende decennium mogelijk te maken.”

Bij saturatie van de capaciteiten kan Electrabel vragen aan NIRAS om de gebruikte kernbrandstofelementen van Doel en Tihange in ontvangst te nemen en verder te beheren, maar “tot op heden voorziet NIRAS niet dat het de verbruikte splijtstof zal moeten beheren in geval van saturatie van de opslaginstallaties van Synatom”.

 

  1. SYNATOM en de splijtstofstaven op de kernsites in Doel en Tihange

In België staat de kernprovisievennootschap Synatom in voor de hele ‘benedenfase’ van de splijtstofcyclus, dit omvat het beheer van de gebruikte splijtstof na ontlading uit de reactor. De splijtstof in een reactor gaat vier jaar mee. Wanneer ze daarna uit de reactor wordt gehaald, is ze hoogradioactief en vereist ze nauwkeurig beheer. Sinds de eerste ontlading in 1976, draagt Synatom hiervoor de verantwoordelijkheid. De onderneming werkt een economische en technische beheer strategie uit die past in het Belgische energiebeleid met het oog op de mogelijke recyclage of definitieve berging van het kernafval.

Er zijn twee beheer opties: In de ‘gesloten’ cyclus wordt de bestraalde splijtstof opgewerkt in specifieke industriële installaties. Hierdoor kunnen het uranium en het plutonium, die samen ongeveer 97% van de splijtstof uitmaken, gerecycleerd worden voor de fabricage van nieuwe splijtstofelementen of van MOX-elementen (mixed oxides). In de ‘open’ cyclus wordt de gebruikte splijtstof niet opgewerkt en gerecycleerd. In afwachting van een behandeling voor definitieve berging in diepe geologische lagen, wordt ze tijdelijk opgeslagen.

Tijdens de jaren ‘70 werd in België geopteerd voor de gesloten cyclus voor 671,5 ton gebruikte splijtstof. Synatom beheert nog altijd de eindfase van deze contracten, met name de terugkeer naar België van het opwerkingsafval en zijn tijdelijke opslag in afwachting van de berging.

In 1993 legde de Belgische regering een moratorium op de gesloten cyclus: sindsdien kiest Synatom voor de tijdelijke opslag van de gebruikte splijtstof (open cyclus). Sinds de inwerkingtreding van het moratorium worden de gebruikte kernbrandstofelementen, na ontlading uit de reactoren, voorlopig opgeslagen op de sites van de kerncentrales van Doel en Tihange. Na een periode van 2 tot 10 jaar in een desactivatiedok wordt de verbruikte splijtstof opgeslagen in een centraal dok met water (Tihange) en in containers voor droge opslag (Doel).

Er liggen momenteel 7363 assemblages opgeslagen op de site van Doel en Tihange. Deze opgeslagen splijtstofstaven vertegenwoordigden eind 2014 een hoeveelheid van ongeveer 3260 ton uranium.

Zoals hoger al gezegd geven de producenten deze staven niet aan als overtollige stoffen en vragen niet aan NIRAS om ze als afval over te nemen. De activiteiten van NIRAS op het vlak van het beheer van overtollige splijtstoffen zijn dus momenteel beperkt tot het bestuderen van de mogelijkheden inzake het beheer van de bestraalde splijtstoffen van de kerncentrales.

  1. Wie maakt de beleidskeuzes: Synatom of het parlement?

In haar antwoord op de parlementaire vraag van Kristof Calvo stelt Minister Marghem dat “de Belgische verbruikte splijtstof dus momenteel wacht op een beslissing van Synatom: recyclage/opwerking van verbruikte splijtstof of aangifte van verbruikte splijtstof als zijnde radioactief afval.” Wie maakt de beleidskeuzes in dit land? Synatom of het parlement?

Even later erkent de Minister dan toch het parlement in haar rol: “Indien Synatom de optie opwerking van verbruikte splijtstof weerhoudt, en dat deze optie goedgekeurd is door het parlement (onderlijning door Minister), dan blijft de splijtstof opgeslagen totdat ze naar de fabriek vervoerd wordt voor opwerking. Indien Synatom de optie opwerking niet weerhoudt of indien ze niet goedgekeurd is door het parlement, dan zou de verbruikte splijtstof tijdelijk opgeslagen blijven tot er een beheer strategie op lange termijn bepaald wordt voor het Belgisch hoogradioactief afval.

Het is zeer de vraag wie, en vooral wanneer, deze beleidsbeslissing zal maken.

Op de vraag hierover antwoordt de Minister: “België moet haar strategie voor de definitieve berging van langlevend hoogradioactief afval nog bepalen. Het is dus moeilijk om vandaag de dag te voorzien wanneer een verbruikte splijtstof verklaard als afval geëvacueerd wordt van de site van Doel en Tihange met het oog op zijn definitieve berging.”

De kernuitstap is wettelijk verankerd in 2025. Hoe lang na 2025 zullen deze tonnen uranium nog op de sites van Doel en Tihange blijven liggen?

  1. Levensduurverlenging kerncentrales zorgt voor onzekere (financiële) toekomst

Ook Synatom zelf geeft aan dat de levensduurverlenging van de kerncentrales “een belangrijke test zal worden voor de flexibiliteit van Synatom”. In hun jaarverslag van 2014 staat immers geschreven: “Nog vóór het einde van 2014 zou er echter nog een andere markante gebeurtenis plaatsvinden. Op 18 december nam de Belgische regering, bekommerd als zij was om de elektriciteitsvoorziening van het land, de beslissing om de exploitatieduur van Doel 1 en 2 tot in 2025 te verlengen. Dit nieuwe feit zal een belangrijke test worden voor de flexibiliteit van SYNATOM. Immers, alle plannen die zij had uitgewerkt in het kader van de geprogrammeerde sluiting van de eenheden Doel 1 en 2 in 2015, konden onmiddellijk weer worden opgeborgen. Indien en zodra deze beslissing door alle betrokken instanties wordt bevestigd, zal SYNATOM haar bevoorradingsbeleid voor verrijkte splijtstof en haar benadering van de benedenfase van de splijtstofcyclus moeten bijsturen. Ook voor de voorzieningen zal SYNATOM een herwaardering moeten uitvoeren. Kortom, een volstrekt nieuw programma dat binnen een strikt regelgevend kader moet verlopen. Want de Belgische regering steunt zich op twee wetten: een eerste wet op het Nationaal Programma voor het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval, en een tweede wet op de aanleg van nucleaire voorzieningen. Twee wetten die ongetwijfeld de bakens voor het toekomstige beleid zullen uitzetten.”

Op parlementaire vragen over deze toekomst werd ontwijkend of niet geantwoord. De vraag waarbij werd gevraagd hoeveel provisies beschikbaar zijn voor de bouw van bijkomende opslagcapaciteiten, en welk percentage dit is van het totaal aantal voorziene provisies werd niet geantwoord.

Ook de vraag om uitleg over de verschillende (financiële) gevolgen van het gekozen procedé, opwerking of berging bleef onbeantwoord. Nochtans stelt NIRAS heel duidelijk dat “het statuut van de kernbrandstof een complexe aangelegenheid is en dat naargelang van het procedé dat wordt gekozen, de gevolgen in termen van beheerwijze, economische impact of R&D-behoeften zeer divers zijn.”

In september 2016 moet Synatom haar driejaarlijkse verslag overmaken aan de Commissie voor Nucleaire Voorzieningen: het is sterk uitkijken naar de manier waarop Synatom zal omgaan met de recente nieuwe gestemde beleidskeuzes en hoe ze haar benadering van de benedenfase van de splijtstofcyclus zal bijsturen en op welke manier er een herwaardering van de provisies zal gebeuren.

Share This