Alexander_Van_der_Bellen-60

…een beetje meer Van der Bellen zou ons land wel deugd doen… (foto: Die Grünen)

Groen verslaat Bruin #yeswecan #hetkananders.” Het was - ik geef het toe - niet meteen mijn meest genuanceerde tweet van de week. Wijt het gerust aan de opluchting van het moment. Het scheelde geen haar of in Wenen logeerde een extreemrechtse president. Een verschil van amper 31.026 stemmen bezorgde de groene kandidaat Alexander Van der Bellen de winst. 0,0048% van de 6,4 miljoen stemgerechtigden hebben het doen kantelen richting de hoop.

Veel heeft de president in Oostenrijk wel niet in de pap te brokken. De functie heeft meer weg van onze koning dan van onze premier: het ondertekenen van wetten en wat ceremonies in binnen- en buitenland. Dat er desondanks in onze middens enthousiast wordt gereageerd, begrijpt ook wellicht iedereen. Het doet dromen van meer, ook dichter bij huis.

Wat mij vooral prikkelt is zijn profiel. Econoom, ex-socialist en volgens sommige watchers een ietwat liberale groene, geen donkergroene jongen dus. Als kind van een Russische vader en Estse moeder noemt hij zichzelf het kind van vluchtelingen. Wir schaffen das, dus. Dat je daarmee wél kunt winnen, is trouwens al eerder aangetoond in de Duitse deelstaatverkiezingen.

Van der Bellens overwinning mag dan wel het gevolg zijn van een diepe verdeeldheid. Hij is vastberaden om een president voor iedereen te worden. Ondanks mijn magere kennis van het Duits had zijn overwinningsspeech mij meteen te pakken. “Diese Überparteilichkeit erfordert, dass ich mit heutigem Tag meine Mitgliedschaft bei den Grünen ruhend stelle”, klonk het. U leest het goed: de dag van zijn verkiezing heeft hij zijn partijkaart ingeleverd. Dan is er eens een groene president en dan levert hij zijn kaart meteen in.

Toch ben ik fan van de demarche. Want is er een betere manier om duidelijk te maken dat het hem menens is de Oostenrijkers weer dichter bij elkaar te brengen? Uiteraard is het vooral een symbolische geste. Maar in deze tijden zijn symbolen extra belangrijk. Het zal niet volstaan om de bijna-helft die extreemrechts heeft gekozen weer te winnen voor een verbindend project, maar het is er wel een mogelijk begin ervan. In een tijd waarin extremen opgang maken is het zelfs een verfrissend signaal van openheid en luisterbereidheid.

Als ik dit schrijf heb ik net de premier ondervraagd tijdens het wekelijkse vragenuurtje. Het was weer zo’n dovemansgesprek tussen klassiek links en rechts geworden, zoals die steeds talrijker zijn. Het is iets waar ik - ondanks de boosheid, ondanks de vele redenen die ik elke dag zie om fel oppositie te voeren - wel wat mee worstel. “Het uitvergroten van het conflict en het steeds oppoetsen van het eigen gelijk leidt tot telkens grotere polarisatie, dan tot stilstand, en uiteindelijk tot onzekerheid en angst”, waarschuwt Femke Halsema terecht deze week in De Correspondent.

Willen we Oostenrijkse toestanden vermijden, dan staan we dus allemaal voor een opdracht: duidelijk en oprecht met sterke overtuigingen aan politiek doen, maar wel steeds gericht op samenwerking en stappen vooruit. Het is wat Halsema “constructieve politiek” noemt.

De functie en de leeftijd maken dat voor Van der Bellen een stuk eenvoudiger. Een president van 72 heeft nu eenmaal minder te vrezen dan een premier van 40. We hoeven niet plots allemaal onze lidkaart in te leveren, maar een beetje meer Van der Bellen zou ons land wel deugd doen. Je hoeft echt geen grijs haar te hebben om wijs aan politiek aan te doen.

Share This