25435335193_f818dbcabb_z

(foto: zweetsmoel, cc)

Tien dagen na de vreselijke aanslagen in Brussel zoek ik nog altijd naar de juiste woorden. De gretigheid van sommigen verbaast mij. Alsof er een batterij aan kant-en-klare oplossingen in de schuif ligt. Oplossingen die zomaar even moeten worden afgestoft. Stilaan heb ik wel een duidelijk idee van wat we als politici absoluut moeten vermijden. Wat ik hoop zelf echt niet te doen de komende tijd.

Zo’n lijstje don’ts is misschien wat ongewoon. Al geeft het richting, het onderstreept tegelijk dat het niet zo simpel is om nu te zeggen wat er allemaal moet gebeuren. Het is geen lesje uit de hoogte aan collega’s, wel een uiting van bezorgdheid. Beschouw het ook maar als een waarschuwing aan mezelf én een uitnodiging om me ermee te confronteren. Het lijstje:

  • Excuses zoeken, of iets wat daar op lijkt. In de zoektocht naar verklaringen flirt je bijna automatisch met iets wat op excuses kan lijken. Onderwijs, werk en inburgering zijn stuk voor stuk belangrijk, maar niet om de aanslagen zelf te verklaren. Voor iemand die tientallen onschuldige mensen vermoordt, rest enkel afkeuren.
  • Te snel oordelen. Ministers Jambon en Geens zijn nog op post en dat is een goede zaak. Hier en daar klinkt al dat de oppositie te soft is. Maar het is geen moment voor verdeeldheid en instabiliteit, wel van eenheid en samenwerking. Alsof een politieke crisis ons vooruithelpt. We willen dat mensen overeenkomen. Daar kunnen politici alvast mee beginnen. Wars van meerderheid en oppositie, links en rechts.
  • Te lief zijn voor elkaar. Er zijn in het verleden en in de aanloop duidelijk fouten gebeurd. Die moeten ook benoemd worden. We kunnen niet zomaar over tot de orde van de dag. Op een aantal vragen verwacht ik van beide ministers een goed antwoord of ze alsnog hun verantwoordelijkheid nemen. Dat is geen hetze tegen deze of gene politicus, wel een noodzakelijke operatie van openheid.
  • Zwijgen over de islam. We moeten al die Belgische moslims niet vragen afstand te nemen van iets waar ze niets mee te maken hebben. Wel moeten we hen vragen dichter bij ons te komen, nog sterker op te staan voor de uitrol van een Europese islam. Een radicale beleving van de islam is geen curiosum meer. En daar moeten we veel alerter voor zijn.
  • Het enkel over Brussel hebben. Uiteraard moet er snel één Brusselse politiezone komen. Maar de bestuurlijke verrommeling is er ook buiten Brussel. Dertig jaar hebben we bevoegdheden gesplitst omdat we een andere taal spreken. Vandaag stellen we vast dat al die niveaus en verantwoordelijken gewoon niet meer met elkaar spreken.
  • De rest van de wereld vergeten. Hier bij ons is het de eerste en hopelijk laatste kennismaking met dit soort terreur. Voor heel wat mensen op andere plekken is dit net geen dagelijkse kost, de reden waarom ze hun leven wagen om hier aan te kloppen. Zondag was er zo veel politiek geruzie in eigen land dat de bloedige aanslagen in het Pakistaanse Lahore bijna werden vergeten.
  • Fulltime twitteren. Zeker ook een nota aan mezelf. Het zijn tijden die smeken om bedachtzaamheid. Niet iedereen was zondag aan de Beurs om er rel te schoppen. De verdachte van vandaag wordt morgen misschien weer vrijgelaten. Beter een mening minder dan een nodeloos litteken erbij. Zeker als je beroep politicus is. Al is dat natuurlijk ook weer een mening.
Share This