vakbonden-wg

… een conflict is blijkbaar comfortabeler dan een akkoord… (foto: ILO, OECD, Elio Di Rupo - CC)

Soms heb ik echt zin om vakbondsleider te worden. Of om Karel Van Eetvelt te vervangen als numero uno van Unizo. Niet dat ik de politiek al beu ben. Zo’n quasi-sollicitatie klinkt misschien wat onbescheiden, maar dat is niet de bedoeling. Er is rond de tafel van de Groep van Tien zoveel werk dat het soms kriebelt om daar eens aan de boom te schudden. Beschouw het dus vooral als een manier om mijn hart voor het sociaal overleg te onderstrepen.

Als je zo in dat sociaal overleg gelooft, is het weleens vloeken. Ook deze week. Het overleg tussen vakbonden en werkgevers over het Herenakkoord - de afspraken over wat kan en niet kan bij een sociaal conflict - is gestrand. De bal ligt nu in het kamp van de regering en het parlement. In dit politiek landschap is dat wellicht vooral slecht nieuws voor de vakbonden en het stakingsrecht.

Alleen al over de evaluatie - nog niet eens de aanpassing - van het Herenakkoord wordt al jaren gebakkeleid. De evaluatie werd beloofd in 2002. Een thema dat bij uitstek huiswerk is voor Marc Leemans, Rudy De Leeuw, Pieter Timmermans en Karel Van Eetvelt wordt door hen uitbesteed. Het conflict is blijkbaar voor beide partijen comfortabeler dan het akkoord. Eigenlijk gaat het om het instrumentaliseren van de regering en het parlement. Het ontbreekt aan moed om de achterban tot een werkbare oplossing te overtuigen, dus moet de politiek het maar oplossen. De hete patat wordt gewoon doorgeschoven.

Door in zulke dossiers zo gretig de loopgraven op te zoeken, verliezen de sociale partners draagvlak. Dat is doodjammer want sociaal overleg kan en moet nochtans een deel zijn van een levendige democratie, waar we samen beslissen. Voor hervormingen heb je beter een breder maatschappelijk draagvlak dan een simpele parlementaire meerderheid. Overleg werkt trouwens prima. Voor elke staking is er een veelvoud aan problemen die in dialoog worden opgelost, op het niveau van sectoren en bedrijven, weg van de camera’s.

Maar neem een studentendebat en je voelt in de aula heel duidelijk dat aan de meerwaarde van sociale partners steeds meer wordt getwijfeld. Niet alleen aan vakbonden trouwens, ook aan werkgeversorganisaties die lang niet altijd aansluiting vinden bij de leefwereld en de overtuigingen van jongeren. Een freelancer, bij wie moet die aankloppen? Waarom gaat dat overleg altijd maar over centen en zo weinig over de kwaliteit van werk? Een fiscale hervorming die goed is voor zowel bedrijven als werknemers, die valt toch te bedenken? Waarom verzet net de vakbond van de kleine zelfstandige zich tegen een bijdrage van de grote vermogens? En waarom zijn vakbonden vaak zo defensief?

Het zijn zulke vragen waar jonge mensen mee zitten; vragen die sociale partners niet voor zich uit kunnen blijven schuiven of ze maken zichzelf irrelevant. Waarom moet een gesprek tussen een Rudy De Leeuw en een Karel Van Eetvelt trouwens altijd zo bitsig verlopen? Ze voeden voortdurend een dwaze misvatting door de belangen van elkaars achterban als tegengesteld te presenteren, terwijl hun leden net veel gedeelde problemen en belangen hebben. De dag dat die gedachte doordringt aan de tafel van de Groep van Tien is er veel mogelijk, zelfs een nieuw Herenakkoord.

Share This