John-crombez-Joseph Castelein

…onrechtvaardig snel tempo waarmee je wordt getaxeerd… (foto Joseph Castelein - CC)

“Al bekomen? Moet u voortaan altijd toestemming vragen aan het partijbureau om te communiceren? Zijn uw vleugels nu geknipt? Gaat u de raad van Willy Claes opvolgen?” Echt eenvoudig waren ze niet, de vragen van Linda De Win aan sp.a-voorzitter John Crombez woensdag in Villa Politica. De aanleiding is ondertussen genoegzaam bekend: de ietwat verrassende steun van Crombez, een collega die ik eigenlijk wel apprecieer, aan het plan-Samsom, en de reacties daarop binnen en buiten zijn partij.

Wat een politicus - en een partijvoorzitter in het bijzonder - soms lijden moet. Uiteraard moeten zulke vragen gesteld kunnen worden. Maar wat ik me steeds vaker afvraag: mogen politici fouten maken? En zo ja: hoeveel en welke? Als het eens een keer stormt in een partij, is dat dan echt zo’n gigantisch probleem? Ben ik trouwens de enige die het een tikkeltje gek vindt dat net Willy Claes zich opwerpt als het geweten van de Vlaamse sociaaldemocratie? Hij stond op de eerste rij toen de rode waarden pas echt met de voeten werden getreden.

In mijn eigen partij durft het ook wel eens te kletteren. Gelukkig maar. Maar omdat de sfeer rond Groen vandaag vrij goed zit, blijft dat uit de kranten - we voelen ook wel iets minder dan anderen de behoefte om daarover te kwetteren in de gazetten. Maar dat kan dus snel keren. Hoe zwaar moet een politieke uitschuiver (blijven) doorwegen? Bovenstaande case is misschien niet de allerbeste om die vraag te suggereren. Want het gaat over een wel erg fundamentele kwestie, waarbij je je best niet vergist aan welke kant van de geschiedenis je gaat staan. Maar toch.

Van de redder van een partij tot ietwat aangeschoten wild, het gaat wel heel erg snel in de wereld van de politiek. Zaterdag bereid je tussen de nieuwjaarsrecepties door, waar je warm wordt onthaald, een tv-optreden voor. Zondag passeer je daarmee in de studio. Maandag na de headlines in de kranten is er dan plots een erg pittig partijbureau. ‘s Avonds moet je opnieuw naar de studio voor tekst en uitleg. Dinsdagochtend suggereren enkele edito’s al je ontslag. Geef toe: dat is wel - vooral het laatste - een onrechtvaardig snel tempo waarmee je wordt getaxeerd.

Uiteraard mogen we best hard zijn voor politici en beleidsmakers die fouten maken, en al zeker wanneer ze die opstapelen. Het is absoluut geen roep om medelijden voor de politieke klasse, noch een plotse opstoot van compassie met klungelende regeringsleden. Het is wel een pleidooi voor begrip en nuance, voor wat meer menselijkheid in politieke communicatie. Voor een cultuur in media en politiek waarin we beleidsmakers niet zozeer veroordelen omwille van een fout, maar ze vooral beoordelen op hoe ze met die fouten aan de slag gaan. En voor toch ook wel iets minder kibbelanalyses op pagina’s zoals deze.

Waarom is zelfkritiek zo zeldzaam in onze politieke stiel? Het feit dat een fout zwaar wordt betaald, produceert en masse koppigheid en dogma’s. Het is een kweekschool voor bewindslieden met oogkleppen. Vandaag moet je als politicus vooral niet zeggen dat je fouten hebt gemaakt, een klassieke invulling van sterk zijn. Dat levert dan wel van die gênante interviews op, waar de kijker geen bal van gelooft. “Inderdaad, dat kon beter. Ik heb weer iets geleerd”, zou toch af en toe eens deugd doen? We willen toch geen politici die zich nooit vergissen. En toch al helemaal geen politici die dat nooit durven toe te geven.

Share This