Ford_Mustang_autorai_wikimedia

…blinkende bolides… (foto: wikimedia)

“We raden alle bezoekers van het #auto-salon2016 aan om zoveel mogelijk gebruik te maken van het openbaar vervoer @AutoSalonBe @STIBMIVB.’ Het nieuwe jaar is net begonnen, maar deze tweet van de politiezone Brussel Hoofdstad Elsene maakt toch alvast een goede kans om in de jaaroverzichten van 2016 terecht te komen. Of hij zal minstens een keer de revue passeren in De ideale wereld. Die 134 tekens zijn genoeg om onze collectieve mobiliteitsknoop samen te vatten.

Het is ondertussen al de 94ste editie van het Autosalon, een stevige traditie. Ingrediënten zijn blijkbaar - want ben er zelf nog nooit geweest - de blinkende bolides zelf, de première van nieuwe modellen, stevige kortingen (dit jaar extra bij Volkswagen, want zij hebben iets goed te maken) en heel wat schaars geklede dames. Trouwens, het is heel logisch dat steeds meer (vrouwelijke) bezoekers zich aan dat laatste storen. In een periode waren veel inkt vloeit over gendergelijkheid mag dat ook wel eens aangepakt worden.

Tout court is het Autosalon aan een stevige update toe. Files in ons land worden langer, in tijd en in lengte. In 2015 heeft het aantal structurele files in ons land alle records gebroken. Dat blijkt uit de filebarometer van Touring Mobilis. Gedurende meer dan 1.200 uur, of vijftig volle dagen, stond er in België meer dan 100 kilometer file. De filelengte piekte maar liefst zeven keer boven de 400 kilometer, zo blijkt uit diezelfde studie. Nergens ter wereld sta je meer in de file dan in België. Ons land blijft de plek waar automobilisten het meeste tijd verliezen. In 2014 verloren we zo gemiddeld 51 uur in de file. Dat blijkt uit de jaarlijkse Traffic Scorecard. Denk die files weg en je hebt een mooie collectieve arbeidsduurvermindering en in elk geval een pak minder zorgen.

Uiteraard is het best oké om een keer per jaar auto’s te spotten op de Heizel. Maar eigenlijk zou het Autosalon dringend een mobiliteitssalon moeten worden. Zo’n jaarlijkse heiligverklaring van de auto is een tikkeltje wereldvreemd. Onze premier bijvoorbeeld was ook van de partij bij de opening van het Autosalon. “Het Autosalon doet dromen”, klonk het ietwat naïef op zijn Twitter-account. Dromen zijn in dezen steeds meer bedrog. De doorbraak van de elektrische wagen is uiteraard beter dan vervuilende dieselwagens. Maar meer en meer staat élke auto - los van de uitstoot - synoniem voor immobiliteit. Milieuvriendelijke wagens gaan onze collectieve stilstand niet oplossen.

Ondanks de filerecords lijkt er nog steeds een soort omerta te bestaan rond de auto, en al zeker in de politiek. Als het over autobezit en -gebruik gaat, heeft zowat elke politicus blijkbaar angst om op zere tenen te trappen. Partijen die anders zo graag man en paard willen noemen, zwijgen heel erg vaak als het over auto en aanverwanten gaat.

Het is zo’n kwestie die dringend een flinke dosis parler-vrai kan gebruiken. We moeten gewoon een stuk minder met de auto rijden. Punt. Autorijden moet duurder worden. Met een slimme kilometerheffing pak je dat correct aan. Het is logisch dat steden auto’s proberen te bannen. Dat gebeurt gewoon nog te weinig. Parkeren in de openbare ruimte heeft zijn prijs en die mag doorgerekend worden.

Deze boodschap niet sympathiek? Onpopulair? Dat valt wel mee, denk ik, hoop ik. Ondanks alles - minder bussen en treinen, stakingen en gebrekkig comfort - zijn mensen zélf al steeds meer deel van de oplossing. Werknemers kiezen vaker voor openbaar vervoer of de fiets. Het gebruik van de trein, metro, tram en bus samen is met 15,3 procent gestegen sinds 2005, stelt de FOD Mobiliteit nu vast. Wat als het beleid ook op die trein zou springen?

Share This