sunbeam-447341_1280

…als ouders kinderen wapenen voor de veranderende wereld, oogt hun toekomst rooskleurig…

Het zijn boeiende tijden in de boekhandel. Want er bougeert iets, zo lijkt. Denk bijvoorbeeld aan Vlaanderen 2055 van generatiegenoot Jonathan Holslag, wat mij betreft een van Vlaanderens knapste koppen (DM 23/9). Afgelopen weekend lazen we in deze krant Pedro De Bruyckere en Bert Smits (DM 3/10). Hun credo: onze kinderen hoeven het helemaal niet slechter te hebben dan wijzelf. Als ouders kinderen wapenen voor de veranderende wereld, oogt hun toekomst rooskleurig, is hun hoopvolle boodschap - ook in boekvorm beschikbaar.

Van hun hoopvolle kijk gaan we wel nog heel wat jongeren moeten overtuigen. Dat blijkt uit het recente werk van socioloog Mark Elchardus (VUB). Voor zijn boek Voorbij het narratief van neergang, interviewde hij tweeduizend Vlaamse, Waalse en Brusselse twintigers en dertigers, de jonge ouders tot wie De Bruyckere en Smits zich richten. En wat blijkt? Zij geloven niet langer in de vooruitgang. Ze zijn doordrongen van het idee dat een structurele neergang onvermijdelijk is. De wereld van morgen is er een van terreur, een klimaat op drift en het combineren van twee jobs om nog rond te geraken.

Echt verbaasd kunnen we moeilijk zijn over deze resultaten, als je ziet met welke beelden het gros van mijn collega’s onze generatie opzadelen. Oorlogsvluchtelingen die hier aankloppen? 0,1 procent van het kindergeld moet en zal geschrapt worden of onze sociale zekerheid is eraan. Boerkini’s? Opletten of we dragen er binnenkort allemaal een. Klimaat? Stilte op politiek niveau, en als je een groenere auto koopt, word je blijkbaar ook nog eens bedrogen. Pensioenen in de toekomst? Niet zeker of we ze kunnen blijven betalen. Meer stress en burn-out? Zien we later wel.

Mijn generatie krijgt eigenlijk voortdurend te horen dat het minder zal zijn. Nogal wat collega’s mogen de resultaten van Elchardus op hun conto schrijven. Kijk naar welke teneur de bovenhand neemt rond de vluchtelingencrisis. Een openingscollege wordt ingevuld als een inleiding tot de angst en de onzekerheid. Uiteraard zijn de opvang en de integratie van duizenden nieuwkomers geen wandeling in het park. Maar als politicus bewust handelen in angst is altijd fout, zeker in een studentenaula. Die angstbeelden overleven het journaal van de dag. Ik heb het deze week nog mogen merken tijdens het vragenrondje bij het bezoek van twee scholen in de Kamer. Pessimisme is zonder twijfel interessante electorale doping, maar nooit zal het de brandstof zijn voor maatschappelijke vooruitgang.

Het klassieke antwoord van mijn liberale collega’s op gevoelens van onzekerheid schiet evenzeer tekort. Optimism is a moral duty. Mensen hebben vleugels! Heb goesting in de toekomst! Maak een app! Start een koffiebar! Net als de handel in angst, wat in een welvarend en veilig land zoals België eigenlijk neerkomt op ondankbaarheid, schiet dergelijk verplicht optimisme tekort. Het gaat voorbij aan de sombere achterkant van onze vooruitgang, ongelijkheid en klimaatsverandering bijvoorbeeld, en mist empathie voor de struggle for life van nogal wat mensen.

Wat ons wel vooruit zal helpen, en komaf kan maken met rapporten vol angst en onzekerheid, is net iets tussen het optimisme en pessimisme, een genuanceerde kijk op vooruitgang. Dat is voor mij het possibilisme. De toekomst is noch aan de dromers noch aan de angsthazen, maar aan de nuchtere ‘doendenkers’. Zoet noch zuur, maar pal het midden tussen de twee. Dat is de echt brandstof voor vooruitgang en dus voor meer hoop en vrolijkheid in onze samenleving.

Share This