Max Cavalera met Soulfly  foto Jonas Rogowski (CC-by-sa)

…Cavalera moest duidelijk geen trein halen…
foto Jonas Rogowski (CC-by-sa)

Max Cavalera. Om hem aan het werk te zien, moesten we absoluut naar Dour Festival. We, dat zijn mijn jeugdvrienden en ikzelf toen we in 2002 - net 15 - voor het eerst naar een festival mochten. En dat moest per se Dour worden. Want Cavalera, voorheen van Sepultura, stond er op de affiche met Soulfly. Meteen over de taalgrens trekken was een vrij ambitieuze keuze voor de uiteraard enigszins bezorgde ouders. Na lang onderhandelen luidde het compromis als volgt: oké voor Dour, maar dan wel terugkeren met de laatste trein. Dat betekende treinen naar Saint-Gishlain, bus nemen en stukje wandelen. En terug. Maar we hadden het netjes uitgerekend. Als we meteen na het optreden vertrokken, lukte dat prima.

Maar Cavalera moest duidelijk geen trein halen. Zijn optreden startte met meer dan halfuur vertraging. En wij keerden terug richting Blaasveld na drie nummertjes, ons op de trein afvragend of ze ook nog Sepultura-klassiekers zoals ‘Roots’ en ‘Chaos AD’ zouden hebben gespeeld. Een jeugdtrauma is Dour 2002 niet geworden. En gelukkig hebben we Max Cavalera later nog een paar keer aan het werk gezien.

Maar toch een tip aan zij die deze zomer hun eerste festivalbezoek onderhandelen: zorg dat je kunt blijven slapen of kies voor iets in de buurt. Of wees overtuigender dan wij destijds. Keuze is er in elk geval genoeg qua festivals. Alleen al in Vlaanderen zijn er maar liefst 280 muziekfestivals, goed voor jaarlijks meer dan 5 miljoen bezoekers. Elk jaar vallen onze festivals in de prijzen. Daar mogen we best fier op zijn.

Ondertussen bekijk ik al die festivals met een andere bril dan die van de Cavalera-fan. In mijn eigen stad Mechelen ben ik sinds 2012 feestenvoorzitter en zo (mee) verantwoordelijk voor alle zomerfestivals en festiviteiten. Met een knipoog naar onze Antwerpse buren hebben we dat alles gebundeld onder ‘De zomer is van Mechelen’. De hele zomer organiseren we festivals, van begin tot einde. Voor de fijnproevers van alternatieve muziek zijn er dit weekend bijvoorbeeld de Dijlefeesten, al 40 jaar een vindplaats voor het betere muzikale werk.

We houden die festivals helemaal gratis, inclusief het afsluitend stadsfestival Maanrock. Dat gratis houden is niet evident, maar het is wel een bewuste keuze. Want je moet ook gewoon in eigen stad vakantie kunnen beleven. Niet iedereen kan zich immers een (verre) reis permitteren. Zo’n zomer staat of valt met een leger aan vrijwilligers. Zoals het hele jaar door bij verenigingen en sportclubs kunnen ook de muziekfestivals terugvallen op uren en dagen vrijwillig engagement, ook in deze hitte.

Daarom vind ik die opdracht als feestenvoorzitter zo boeiend. Plezier maken op de festivals lukt dan wel iets minder - ik ben immers nogal een zenuwachtig iemand, zeker bij de opstart. Aan mijn directe omgeving: bij deze sorry daarvoor.

Moet een politicus wel festivals organiseren, vraagt u zich misschien af. Moeten uiteraard niet, maar in zekere zin is het wel politiek. Het toont het mooiste van wat politiek kan doen: mensen verbinden, ze in beweging krijgen, kansen geven aan jongeren en maken dat de mensen - de Mechelaars in deze - fier kunnen zijn op hun stad.

Het is makkelijk om festivals weg te zetten als platte commercie. Maar met wat minder cynisme zie je ook veel verbondenheid en engagement. Elke dag een beetje meer festival, ook buiten de zomermaanden, het zou ons land zeker geen kwaad doen. De samenhorigheid op zo’n festivalterrein en het engagement aan de toog of in de backstage, daar kun je echt straffe dingen mee doen.

Share This