(foto: KVV Duffel - CC)

(foto: KVV Duffel - CC)

Deze column had ook kunnen gaan over de stilaan ellenlange waslijst onwaarheden van energieminister Marghem (DM, de hele week). Maar ik hoop vurig dat die problematiek zichzelf snel oplost.

Een probleem dat wel dreigt te overleven is dat van Sietse. “In een voetbalclub moet je presteren. Wie dat niet kan, heeft geen plaats in de ploeg.” Dat kregen de ouders van deze jonge knaap van zes jaar deze week te horen bij SK Grembergen. Zes jaar, de leeftijd waarop je net kunt lezen en schrijven en nog aan cijferen of Frans moet beginnen. En dus bij SK Grembergen, niet bij Anderlecht, Club Brugge of AA Gent.

Een kind van zes jaar verhinderen te sporten en samen met zijn vriendjes de belangrijkste bijzaak uit te oefenen: springen we zo om met de allerkleinsten in onze samenleving? Mijn neefje, net even oud als Sietse, heeft ook net zijn eerste voetbalrapport gekregen. Hij mag blijven. Andere duiveltjes moeten vertrekken. Clubs die zo werken, verdienen eigenlijk geen eurocent subsidie.

Zelf was ik enkele jaren jeugdvoetballer bij KV Mechelen. Dat betekende toen vijf keer per week op het veld staan: zowat elke weekdag voor en na de training snel eten en huiswerk maken en in het weekend met de bus naar de andere kant van het land voor een wedstrijd. Een fijne ervaring, maar wel een met een geweldige impact op je doen en laten en dat van je omgeving. Voor sommige jongens ging dat al vrij snel ten koste van hun schoolwerk.

Ook wij werden toen ‘geëvalueerd’. Eén jaar gebeurde dat door een papier op te hangen in de kleedkamer waarop alle spelertjes werden opgedeeld in categorieën. Zo werd beslist over het lot van jongens die een heel jaar voetbal centraal plaatsten in hun leven. Koud, kil, zonder enige aandacht voor de gevolgen. En vol vergissingen: jongens die toen moesten opstappen, zijn uiteindelijk veel betere voetballers geworden dan ikzelf, toen op het bord bij ‘de blijvers’.

En die praktijk zet zich ondertussen overal door. Het zou een blijk zijn van een goede opleiding. Het is eerder een uiting van een gebrek aan menselijkheid en zin voor pedagogie. Ik wil hier niet de softie uithangen. Bij (top)sport hoort competitie, zeker vanaf een bepaalde leeftijd. Maar er zijn wel grenzen aan de prestatiedrang. Overdreven prestatiedrang wordt al snel prestatiedruk. En druk maakt vaak ongelukkig.

Alles moet tegenwoordig geëvalueerd of getest worden. We goochelen met cijfers, rapporten en attesten. Goedbedoeld, maar stilaan ongezond. Idem voor ons onderwijs, vindt de Amerikaanse schrijver en onderwijsvernieuwer Alfie Kohn. Hij hekelt in zijn publicaties “het onderwijssysteem dat gebaseerd is op presteren, testen en toetsen, hoge cijfers halen, competitie en uitblinken”. “Er is geen betere manier om kinderen de creativiteit en de interesse in leren te ontnemen dan hen ertoe aan te zetten om harder te werken voor hogere cijfers. Kinderen raken minder geïnteresseerd in de leerstof als ze bezig zijn met het behalen van een beloning of een goed cijfer”, klinkt het uit zijn mond.

Misschien moeten we zijn boeken eens opsturen naar de kantine van SK Grembergen. Niet iedereen heet Kompany, Hazard of Lukaku. Maar elk kind heeft wel het recht om kind te zijn. Iedereen heeft het recht om iets minder goed te kunnen of doen. Als een energieminister blijkbaar de fouten mag opstapelen, dan heeft Sietse al zeker het recht om wat minder goed te kunnen voetballen.

Share This