columnDeze en volgende week buigen we ons in de Kamer over de levensduurverlenging van Doel 1 en 2. Al voor de tweede keer in mijn nog jonge politieke loopbaan maak ik zo’n voorstel mee. De regering-Di Rupo ging langer door met Tihange 1. Nu volgen de leeftijdsgenoten (°1975) in Doel. In de week van de Tesla Powerwall gaan we stokoude kernreactoren langer openhouden. Voor een groene politicus zijn dat niet meteen hoogdagen. Gelukkig was er ‘s avonds nog de grote Lionel Messi-show op televisie.

Word je als politicus soms niet moedeloos, vragen mensen wel eens. Het minste wat je kunt zeggen is dat deze meerderheid hardnekkig is in haar keuzes. Erg veel pikt ze voorlopig niet op. De verleiding is dan groot om alleen het negatieve te zien. Enkel oog te hebben voor de stappen die niet worden gezet, of de traagheid waarmee dat wel gebeurt. Om dan op te geven of je te verliezen in blinde verontwaardiging.

Dat probeer ik vooral niet te doen, zelfs niet als ze nog maar eens de levensduur van oude kerncentrale willen verlengen. Het is trouwens zeker niet de hele tijd kommer en kwel in de Kamer. Er gebeuren elke week ook positieve dingen. Het valt soms iets minder op, maar het gebeurt wel. Heel wat parlementaire debatten zijn wél goed. Veel meer dan het gekrakeel dat wellicht de beeldvorming beheerst. Je kunt als parlementslid de wereld niet veranderen, maar je kunt wel deel zijn van de verandering.

Soms worden er ook belangrijke stappen vooruit gezet. Zo was er deze week het pionierswerk inzake ‘aasgierfondsen’. Die fondsen zuigen kwetsbare ontwikkelingslanden leeg. Acht partijen, parlementsleden uit de meerderheid en de oppositie, dienen een wetsvoorstel in om die praktijken aan banden te leggen. De sterkhouders van de commissie Financiën hebben daar de voorbije maanden samen in stilte aan gewerkt, over de grenzen van meerderheid en oppositie heen.

Als het goed is, mag het dus ook gezegd worden. Zelfs en misschien wel zeker als het gaat over iemand met wie je heel erg van mening verschilt. En dan moet je bijvoorbeeld toegeven dat Bart De Wevers expliciete veroordeling van de collaboratie een goed en belangrijk signaal is. Het is een statement dat respect verdient. Ik hoop dat de Antwerpse burgemeester vertrokken is voor meer van dergelijke verbindende statements.
Tot slot, even iets anders maar eigenlijk in dezelfde lijn, nog een ander lichtpunt deze week: het grote Kopstukkendebat aan de KU Leuven waaraan ik mocht deelnemen. De krachtenbundeling van alle politieke jongerenorganisaties leverde een stampvolle aula op. Willen jullie niet liever pintjes drinken, vroeg een van mijn collega’s tijdens het debat aan de zaal. Een grote stilte volgde. Even geen pintjes. De geëngageerde studenten waren gekomen om het te hebben over pensioenen, fiscaliteit en jobs. De jeugd is wél met politiek bezig.

Ik wil daarom echt een pleidooi houden om ook het goede te zien. Dat pleidooi is eigenlijk vooral een pleidooi voor politiek. Het opnemen voor politiek is soms net iets moeilijker dan de stiel af te vallen. Het is gemakkelijk om te zagen en te klagen. Maar als je als parlementslid niet ligt te slapen, heb je wel degelijk impact op een dossier of een thema. Dus aan al die jonkies in de aula Pieter De Somer of daarbuiten een duidelijke boodschap: als je goesting hebt in politiek, twijfel vooral niet. Je zult er geen spijt van krijgen.

(Deze column verscheen op vrijdag 8 mei 2015 in De Morgen)

Share This