Nog maar kort geleden was iedereen Charlie. Persmensen moeten in alle vrijheid kunnen zeggen, schrijven en tekenen, klonk het unisono. Toen Bart De Wever (N-VA) vorige week in de studio’s van VTM de krant De Standaard frontaal aanviel, moest ik terug aan #jesuischarlie denken. De vreselijke aanslagen in Parijs vallen uiteraard met niets anders te vergelijken. Maar we moeten wel consequent zijn met wat er nadien is gezegd.

Ik citeer de Antwerpse burgemeester aan de Medialaan: “Die krant en die journalisten publiceren ongeveer alles, als het maar tegen N-VA is. Die krant is ook de werkgever van Dyab Abou Jahjah, ik kan er niet meer over zeggen, ik lees die krant elke dag met stijgende verbazing, over welke onzin dat daar dikwijls instaat.”

De uithaal is geen eenmalige uitschuiver. Bart De Wever wil ondertussen zelf kunnen kiezen wie hem interviewt. De politiek moet uiteraard niet zomaar slikken wat media zeggen en schrijven. Met eventuele fouten of een onevenwicht aanklagen is niets mis. Er is altijd wat gezonde spanning tussen media en politiek. Elke politicus klaagt wel eens. Ook ik.

Maar dit is van een heel andere orde. Het is geen onschuldige mediakritiek. Het is niet de klassieke tango tussen journalisten en politici. Columnisten viseren en interviewers persoonlijk selecteren, dat ruikt naar autoritaire trekjes. Een medium zo openlijk beschuldigen van een hetze heet niet kritiek, maar intimidatie.

De N-VA heeft het steeds moeilijker met andere opinies. Journalisten, middenveld, oppositie sociale partners of actiegroepen, steeds meer worden ze weggezet als lastpakken. De partij doet ook steeds minder moeite om dat te verbergen.

Deze week was er het optreden van Bert Wollants als voorzitter in de subcommissie Nucleaire Veiligheid. Omdat mijn Ecolo-collega Jean-Marc Nollet nogal wat vragen had over de scheurtjesreactoren, stapte hij gewoon op. Ongezien. In het achterhouden van informatie vond Electrabel een bondgenoot in de N-VA.

Je ziet de huisstijl ook in de aanpak van twee Vlaamse dossiers, Uplace en BAM, de twee stokpaardjes van de regering-Bourgeois. Participatieprocedures of niet, voor Ben Weyts ligt de uitkomst inzake Uplace al vast. De Antwerpenaar wil het BAM-tracé niet, maar toch moet het er absoluut komen. Inzake Oosterweel begaat minister Muyters zelfs bewust fouten in de procedure (DM 9/3).

Idem met het sociaal overleg. Omdat het sociaal akkoord van over de brugpensioenen niet strookt met het N-VA-programma, moest het terug naar af. En de indexsprong jaagt men door het parlement zonder de nodige adviezen. Uiteraard is er het primaat van de politiek. Als groene politicus vind ik ook dat het parlement en de regering de leiding moeten kunnen opnemen. Maar sociaal overleg niet naar waarde schatten is vragen om problemen.

De N-VA-cratie is een erg smalle invulling van democratie. Democratie is veel meer dan om de X-jaren verkiezingen. Een derde van de Vlaamse kiezers is geen ticket om vijf jaar je zin te mogen doen met het hele land. Gekibbel tussen meerderheidspartijen is nog geen gezond en levendig democratisch debat.

De huisstijl van de grootste Vlaamse partij mag trouwens je best ouderwets noemen. Anno 2015 moet je net de boel opengooien. In een land dat nood heeft aan hervormingen is het zoeken naar draagvlak. Volop kiezen voor een bestuursstijl van openheid, betrokkenheid en dialoog, dat zou pas verandering zijn.

Share This