Energieminister Marie-Christine Marghem (MR) was zondag als L’invité aan de tafel bij Pascal Vrebos op RTL opvallend positief over Electrabel. De energieminister zou nochtans beter moeten weten. De dominantie van Electrabel, en dus het Franse moederhuis GDF-Suez, is nog altijd een probleem. En de Belgische politiek, de elkaar opeenvolgende regeringen ongeacht hun samenstelling, laat zich in de luren
leggen. Electrabel is daardoor uitgegroeid tot een staat in de staat.

Ook met de nieuwe energieminister krijgen ze dus die mogelijkheid.

Kijk gewoon wat er op dit moment gebeurt. De bevoorradingszekerheid komt in gevaar door kernreactoren die steken laten vallen. Al sinds juni 2012 slepen de problemen met de  scheurtjesreactoren aan. Ondertussen sluit Electrabel unilateraal gascentrales. Maar liefst 87 procent van de centrales die zullen sluiten in 2015 zijn eigendom van Electrabel, goed voor bijna 1.500 MW, veel meer capaciteit dan de kleinste kernreactoren.

Eigenlijk wordt men voor dit alles nog beloond. Doel 1 en 2 zullen langer open blijven, de nucleaire
rente zal worden verminderd en de eerder gesloten gascentrales zullen worden heropgevist via de strategische reserve, dus met de nodige subsidies. De levensduurverlenging van Doel 1 en 2 zal opnieuw gebeuren via een geheime conventie, een contract tussen de overheid en GDF-Suez, zelfs geheim voor mij als volksvertegenwoordiger.

Dat laatste is eigenlijk het eerste dat moet veranderen in dit land.

Transparantie. Een ander energiebeleid voeren gaat ook over ethiek en democratie. Het is hoog tijd voor een nieuwe huisstijl inzake energiepolitiek. Wetgeving in plaats van achterkamerpolitiek. Een gelijk speelveld in plaats van maatwerk. Nieuwe spelers versterken in plaats van de historische speler te plezieren. Dat is misschien wel de belangrijkste switch die de energiepolitiek moet maken.

Niet alleen wat we beslissen, maar ook hoe we beslissen moet anders.

’Moi, mon instrument c’est la loi, et non pas le deal’, was het openingsstatement van
staatssecretaris voor Energie Olivier Deleuze (Ecolo) bij zijn aantreden in de zomer van 1999. Zijn toenmalige kabinetschef Luc Barbé heeft trouwens over die paarsgroene energieperiode een interessant e-boek geschreven: Kernenergie in de Wetstraat. Dissectie van de deals, een unieke inkijk in een toch wel bijzondere wereld. Luc is iemand waar ik voorbije jaren veel heb van geleerd. Je leest hem soms op deze pagina’s. Het is iemand met een klare kijk en dat is belangrijk als je aan energiepolitiek wil doen.

Tien jaar na de passage van Deleuze & Barbé is de cruciale vraag opnieuw dezelfde. Het is de vraag over de rol van verkozen politici in een cruciaal maatschappelijk domein. Want wie is eigenlijk de baas? GDF-Suez of parlement en regering? Het is een fundamentele vraag. Is de politiek in een moeilijke sector met geïnternationaliseerde spelers nog in staat om hen in de pas te laten lopen? Heeft ze de moed om
eindelijk transparantie te eisen en deze ook zelf te tonen?

Staat er stilaan over partijgrenzen heen een nieuwe generatie energiepolitici op die genoeg heeft van achterkamerpolitiek? Ik hoop het vurig. Je hoeft geen groene jongen te zijn om te ijveren voor transparantie over nucleaire deals. Of je nu voor of tegen kernenergie bent, zou daarbij van geen
tel mogen zijn. Afspraak binnen twee weken in de Kamer wanneer we starten met de bespreking van de levensduurverlenging van Doel 1 en 2, bouwjaar 1975 - een periode waarin er kerncentrales zijn gebouwd zonder enige vorm van parlementair debat.

(deze column verscheen in De Morgen van 6 maart 2015)

Share This