De vreselijke aanslagen in Parijs liggen nu twee weken achter ons. De dag na de aanslagen was ik nogal optimistisch over het vervolg (DM 9/1). De kordate reactie van velen, eensgezind ongeacht religie of achtergrond, leken me een stevige basis te zijn om mee aan de slag te gaan. Ben ik vandaag nog altijd zo optimistisch, vraagt u zich misschien af - althans de trouwe lezers onder jullie.

Eigenlijk wel. Wij hebben heel veel 'wij' gezien, ook in eigen land. In de moslimgemeenschap zagen we een brede steun voor de strijd tegen gewelddadig radicalisme. Je moet van slechte wil zijn om dat niet te zien. Tussen haakjes: minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA) verdient een pluim voor zijn kordate reactie gisteren in de Kamer op de met de Koran zwaaiende Filip Dewinter (Vlaams Belang). Als het goed is, mag het ook gezegd worden. Zeker in zulke debatten bestaan meerderheid en oppositie best zo weinig mogelijk. Nogal wat collega's hielden de voorbije dagen een duidelijk pleidooi voor verbondenheid. Polariserende uitspraken zoals die van De Wever en Homans waren eerder uitzonderlijk.

Ik zie twee redenen voor de relatief brede eensgezindheid. Eén: de meeste slachtoffers in Parijs waren persmensen. Net die aanslag op de vrije expressie maakt deze reactie los. Twee: we leven in tijden van superdiversiteit. Heel veel mensen - en zeker jongeren - hebben wel een vriend, buur, ploegmaat, medestudent of collega met een moslimachtergrond. Daardoor ervaren we elke dag dat de islam ook een democratisch gezicht heeft.

Ik maak me natuurlijk ook wel zorgen. Over de veiligheid zelf, maar ook of we uiteindelijk wel het juiste evenwicht zullen vinden. Een federaal veiligheidsplan is er al. Nu moet er nog een plan op tafel komen voor meer verbondenheid. Verbondenheid moet niet alleen gezegd, maar ook gedaan worden.

Dat betekent een vuist maken tegen alle vormen van racisme en discriminatie. We moeten structurele bruggen bouwen tussen welzijnswerk, de jeugdsector en onderwijs. De hefboom der hefbomen is mijns inziens meer ontmoeting. Jeugd en cultuur kunnen daar een belangrijke bijdrage aan leveren. In mijn eigen stad hebben we voor het komende jaar de ambitie om een actieplan uit te rollen om het traditionele jeugdwerk zoals Chiro en scouts meer divers te maken.

We moeten de superdiversiteit ook meer een podium geven. Letterlijk. Cultuur diversifiëren, het publiek en het aanbod, jonge gasten en meisjes sterker maken door hen te doen opstaan en te laten creëren, maakt een samenleving sterker. Dat zorgt voor meer wij. Een persoonlijke ervaring in Mechelen heeft me in die overtuiging gesterkt. Twee jaar hebben we nu Vishop georganiseerd, een festival door en voor hiphoppers. Niet in een hoekje van de stad, maar pal in de binnenstad. Niet apart of als rariteit, maar samen met een zogenaamd mainstreamfestival.

Het resultaat? Eindelijk een podium voor al dat jonge talent, Mechelen is helemaal 'hun' stad, maar ook een publiek dat veel kansen en kwaliteit ontdekt. Kortom, meer wij. Een eigen podium wordt zo overbodig. Programmatoren zijn overtuigd. Die gasten moeten we meer kansen geven, klinkt het nu.

Groeien jongeren samen op en zorgen we voor meer ontmoeting, dan kunnen we daar als samenleving alleen maar beter van worden. Ik denk en ik hoop dat Sven Gatz, bevoegd voor jeugd en cultuur, daar ook in gelooft, in het bijzonder voor 'zijn' Brussel. Als we werken aan meer wij, is er geen wij-zij meer. Dan verliezen de extremisten. Meer Vishop, meer wij. Dat lijkt me een mooi motto voor de komende maanden.

Share This