Op vrijdag 22 juli 2011 pleegde Anders Behring Breivik een dubbele aanslag in Oslo en op het eiland Utøya. Vegard Wennesland was toen op Utøya en overleefde de waanzin van Breivik. Vegard, geboortejaar 1983 en dus een generatiegenoot van mij, koos na de raid overtuigd voor een politiek engagement. 

“Deze man wou mij vermoorden omdat ik geloof in democratie, openheid, tolerantie en dialoog. Wel, Fuck it! Ik blijf ervoor strijden”, aldus de jonge Noor.
Na de aanslag werd Vegard voorzitter van de jongerenliga van de Arbeiderspartij van Oslo. Hij volgde een goede vriend op, die het leven had gelaten. Net omdat hij voor zijn eigen ogen vrienden verloor, koos hij voor de politiek. 

En hij was niet alleen. Na de aanvallen stegen de ledenaantallen van de jongerenorganisaties van de grootste politieke partijen fors. Tussen 2010 en 2011 steeg het ledenaantal van de Arbeiderspartij bijvoorbeeld met 46 procent richting 15.000. Sinds 2013 is Vegard Wennesland parlementslid. 

Wat Oslo in 2011 meemaakte, gebeurde deze week in Parijs. De snelheid waarmee sommigen hun analyses en antwoorden op de gebeurtenissen bij Charlie Hebdo klaar hadden, heeft me verbaasd. Wie vandaag niet twijfelt, dwaalt. Wie vandaag denkt dé oplossing in petto te hebben, is wellicht deel van het probleem. Wie twijfelt, openstaat voor dialoog, zal altijd mee de oplossing zijn.
Als we kiezen voor dialoog komen we hier zelfs sterker uit. Zoals de Noren. 

Ja, het debat kan snel verglijden naar één voor of tegen de islam. Naar wij versus zij. Naar een zogenaamde clash van culturen. Maar wie goed kijkt, moet vooral hoopvol zijn. Er is wel degelijk een wij-gevoel, een brede, collectieve neen tegen het extreme geweld. Toen in Oslo, vandaag in Parijs en ver daarbuiten. Over gemeenschappen en grenzen heen.
Er zijn de vele cartoons, een uiting van creativiteit en standvastigheid. Er zijn de tweets en de foto’s. 

Ik onthoud de massa op straat in Parijs. Not afraid. 

In mijn eigen stad Mechelen is vandaag #ikbencharlie en #ikbenahmed de boodschap met een optocht door de stad. Het sterke wij-gevoel van de voorbije dagen is het begin van de oplossing. Nadien volgt uiteraard het debat zonder taboes over veiligheid, integratie en sociale cohesie.
Tegen zo’n intolerantie kunnen we als samenleving alleen maar nog duidelijker kiezen voor openheid. Daar ben ik wel al van overtuigd. Zonder naïef te willen zijn. Het is het sterkste wapen in de strijd tegen radicalisme en geweld. 

Verbondenheid en openheid is wat extremisten het meeste van al vrezen.
Het is het lichtend voorbeeld van Vegard Wennesland: kiezen voor meer democratie, meer engagement, meer openheid. Er actief werk van willen maken, kiezen om deel te zijn van de oplossing in plaats van het probleem nog te voeden. Het is wat de Noren gedaan hebben na Breivik. Breivik heeft de Noorse samenleving niet getraumatiseerd, de Noren zijn door Breivik niet angstiger geworden. 

Minstens zo belangrijk als concrete beleidsmaatregelen is de attitude die we de komende weken zullen aannemen. Het antwoord is niet wij versus zij maar net meer wij. De belangrijkste boodschap vandaag is er dan ook een van hoop en van vertrouwen in elkaar. Over dat vertrouwen zei Gandhi terecht: “You must not lose faith in humanity. Humanity is an ocean; if a few drops of the ocean are dirty, the ocean does not become dirty.”

Share This