”Allerliefste overheid, ik heb het moeilijk. Moeilijk om met een duurzame en op de lange termijn gerichte aanpak waardevol om te gaan met mijn mensen.” Ik citeer een bijdrage van Harry Demey, CEO van communicatiebureau LDV United, in De Tijd. Demey breekt een lans voor een duurzaam ondernemerschap met beperkte marges en veel aandacht voor de medewerkers, ‘zijn mensen’.

Demeys pleidooi doet me spontaan denken aan Koen Roman, een van onze nieuwe krachten in het partijbestuur van Groen. Bij Groen zetelen er naast de parlementsleden immers ook vrijwilligers in het partijbureau, de wekelijkse afspraak op maandagochtend. Deze vrijwilligers zijn enkele weken geleden aangeduid door onze leden tijdens het voorzitterscongres. Koen is daar een van.

De joviale Oudenaardist is manager bij wegenbouwer Heymans. Hij charmeerde als nieuwkomer ons ledencongres met een pleidooi voor maatschappelijk ondernemerschap. De handen gingen op elkaar na zijn duidelijke neen tegen de sociale dumping van Oost-Europese arbeiders in zijn sector.

In de discussie over de stakingspiketten zorgde hij deze week voor de broodnodige nuance. “Als jullie maandag piketten plaatsen, sluit niet zoals de voorbije weken hele industriezones af waar zich ook kleine en lokale bedrijven bevinden”, aldus Roman over de vakbonden op zijn Facebook.

Ik ben het daar mee eens. Dat mensen staken en protesteren is logisch, legitiem en zelfs belangrijk. Als je nu niet staakt, dan nooit meer. Maar enige selectiviteit zou het draagvlak van de acties wel kunnen verhogen. Als maandag in kmo Janssens of Peeters werknemers echt goesting hebben om te werken, moet dat kunnen.

Nuance over zaken als de piketten is broodnodig. Vlaanderen heeft nood aan meer Harry Demeys en Koen Romans. Vlaanderen heeft nood aan ondernemende stemmen die opstaan en een ander geluid laten horen dan het traditionele ondernemersdiscours. Ondernemerschap en het woordvoerderschap ervan worden al te sterk gekaapt door de klassieke werkgeversorganisaties Unizo, VBO en Voka.

Ondernemerschap krijgt zo een hardvochtig en conservatief gezicht. En dat is doodjammer. Want ondernemen is een ronduit positief gegeven, een emancipatorisch en mobiliserend iets, maatschappelijk en economisch onmisbaar. Ondernemerschap gaat over het zien van kansen en het benutten ervan, en het realiseren van meerwaarde.

Dat mogen we ter linkerzijde trouwens wat vaker zeggen. Voor klassiek en radicaal links zijn ondernemers nog vaak de vijand nummer 1. Onbegrijpelijk. Mensen die risico’s nemen moeten we omarmen, zelfs wanneer ze een keer falen. Het hoort bij ondernemen. Wie zijn nek uitsteekt, verdient lof in plaats van hoon. Al op de schoolbanken zouden we dat onze jongeren moeten duidelijk maken. Start een zaak, neem risico en creëer zo mee welvaart.

Onze welvaartsstaat is gebouwd op de werkkracht van werknemers én ondernemers. Ik ben die clash tussen werkgevers en werknemers grondig beu. De doorsnee-kmo-bedrijfsleider heeft meer gemeen met zijn werknemers dan met graaiende multinationals. Kmo’s kreunen ook onder de lasten op arbeid en de fiscale dumping van de grootspelers.

We hebben daarom nood aan bruggenbouwers, ook in ondernemerskringen. “We moeten de oude rood-blauwe tegenstelling achter ons laten”, aldus Stefan Hertmans in deze krant over hetzelfde thema (DM 26/11). Nog zo’n stuk om in te kaderen. 

Ondernemerschap is niet van rechts en ondernemers zijn niet per se rechts en conservatief. Gelukkig maar.

Share This