Wanneer het goede leven steeds meer verschuift naar de vakantieperiodes, zitten we als samenleving met een probleem.

Ik hoop echt dat ze maandag uitgerust richting het werk trekken. “Ze” zijn de vele mensen die ik vorig weekend zag in de vertrekhal van Zaventem, toen ik zelf op weg was naar wat zon en een kameraad in het buitenland. Maandag beginnen die hardwerkende Vlamingen die even aan de ratrace zijn kunnen ontspannen, opnieuw te werken. “Het aftellen kan weer beginnen”, klinkt het dan.

Ik wil voor alle duidelijkheid het weekje uit niet plots tot norm verheffen. Voor heel wat mensen is dat gewoon niet mogelijk. Maar het is wel een opmerkelijk fenomeen. Ik zie het ook in mijn directe omgeving. Mensen die steeds meer van vakantie naar vakantie leven. Natuurlijk hebben ze dat verdiend. Maar wanneer het goede leven steeds meer verschuift naar de vakantieperiodes, zitten we als samenleving met een probleem.

Er is ook echt een probleem. 15 tot 20 procent van de werknemers krijgt tijdens de loop van de carrière te maken met burn-out. Eén op de drie of 640.000 werknemers ervaren de stress op het werk als problematisch. Het antwoord van de nieuwe regeringen op de ratrace van vele gezinnen? Het wordt de komende jaren langer, harder en meer werken voor minder loon. De strijd tegen stress en burn-outs is werkelijk geen issue. Werknemers mogen wel meer overuren doen om dan later een dagje extra vakantie te kunnen nemen. Om dus nog meer te leven van vakantie tot vakantie.

“Al wie poten en oren heeft moet werken”, aldus Gwendolyn Rutten (Open Vld) over het regeerakkoord. Wil een ploegbaas zijn medewerkers echt motiveren, dan moet hij of zij met beters op de proppen komen. Laat staan dat het plots een mobiliserend politiek project is. Van zo’n smalle kijk krijgen mensen echt geen goesting in de toekomst, Gwendolyn. België is geen sweat shop XL. Onze landgenoten zijn geen pool van te exploiteren arbeidskrachten. België is een land waar mensen iets willen maken van hun leven, onder meer door graag en zelfs hard te werken.

Het is tijd voor tijd, ook op de politieke agenda

Pleiten voor tijd is gevoelige materie, zeker in de huidige context. Het is werk voor zalmen. Met de maatregelen van de nieuwe federale regering, zoals de indexsprong en de loonblokkering, gaat er terecht veel aandacht naar de financiële impact van het regeerakkoord. Maar er is nog meer dan de portemonnee. Mensen zijn meer dan alleen maar ondernemer of werknemer.

Politiek moet zeker gaan over werken en het creëren van jobs. Werken is belangrijk. Daar mag geen seconde twijfel over bestaan. Een job maakt mensen sterker, is goed voor een inkomen, zorgt voor een netwerk en eigenwaarde. Jobcreatie moet dus een prioriteit zijn. Arbeid kapot belasten moet dus ophouden. Het pleidooi voor tijd is dus geen pamflet voor het recht op luiheid of verplichte vrije tijd.

Het is wel een pleidooi voor een evenwicht en het permant bewaken van dat evenwicht. Kortom, politiek moet ook gaan over tijd. Werken moet dringend weer wat meer op vakantie lijken. Leven moeten we het hele jaar door doen, niet alleen op vakantie. Het is tijd voor tijd, ook op de politieke agenda. Zelfs vrije tijd is belangrijk, zowel individueel als maatschappelijk.

“Echte vrije tijd is geen luxe of ondeugd. Het is net zo belangrijk voor ons brein als vitamine C voor ons lichaam. We kunnen het goede leven best aan, als we er maar de tijd voor hebben”, om ook deze week de jonge Nederlandse auteur en generatiegenoot Rutger Bregman te citeren.

Share This