Vandaag de première van mijn (tweewekelijkse) column in  De Morgen: lees 'm online bij de krant, of hieronder. Een parlement dat de nacht ingaat is een bijzonder fenomeen. Ik heb het al enkele keren mogen meemaken. De 21-urenvergadering van deze week is geen primeur. Een regeerakkoord dat fundamenteel ingrijpt in het leven van mensen, verdient ook stevig debat.
Bij marathonvergaderingen heb je meestal verschillende fases. Overdag is het debat scherp en hard. De tegenstellingen zijn dan afgetekend. Tijdens de avond wordt een parlementair debat nog geanimeerder, soms zelf jolig. Na middernacht, als de journalisten zijn verdwenen, komt er een zekere ingetogenheid en redelijkheid. Dat was deze keer niet zo. Ook toen het klaar werd, was het debat nog bijzonder intens.
Dat krijg je met een regeerakkoord vol onevenwichten. En dus oppositiekrachten met veel inspiratie en goesting. Dat heb je met een Kamervoorzitter die nog zoekt naar zijn hamer en het reglement. Met een meerderheid op zoek naar zichzelf en elkaar. Met een premier die voorlopig niet weet te verbinden.
Het was al bij al een boeiend debat waar de inhoud primeerde op de vorm. Omdat het rijk en breed was. Een debat dat niet viel te herleiden tot 'regering versus oppositie' of 'rechts versus links'. De verleiding tot die vereenvoudiging is groot. Het zou oneer doen aan de diversiteit van de meer dan tien fracties die er het woord namen.
Ook binnen de oppositie is er variëteit. Dé oppositie bestaat niet. Laurette Onkelinx is de oppositie niet. Niet qua inhoud en niet qua stijl. Gelukkig maar.
Op mijn lidkaart staat Groen, niet PS. “Behouden, behouden, behouden”, dat staat niet in ons programma. Klassiek links, dat van het etatisme, het collectivisme en het productivisme, graaft vaak vruchteloos in ver verleden. Groenen vechten voor een andere toekomst.
Niet vechten om te vechten. Variëteit is er ook duidelijk qua stijl. Ik doe zelf niets liever dan debatteren. Maar dat is iets anders dan straatvechten. N-VA maar nu zeker ook de PS sturen aan op polarisatie. België en zijn parlement als permanent oorlogsgebied, daar heb ik geen goesting in. Daar geloof ik niet in. Daar moeten alle partijen, meerderheid en oppositie, expliciet neen tegen zeggen.
Het opkloppen van tegenstellingen, het communautariseren van bevoegdheden en dossiers, het opzetten van mensen tegen elkaar zal niet tot de sociale en duurzame oplossingen leiden die ons land nodig heeft. Zonder draagvlak geen hervormingen. Politici worden betaald om te verbinden.
De strategie van 'les meilleurs ennemis' PS en N-VA is duidelijk. Hun ambitie? De verankering in 2019 (of vroeger) van beide conservatieve partijen in hun eigen regio. De opgeklopte tegenstelling tussen conservatieven ter linkerzijde en ter rechterzijde is nergens goed voor. Het maakt alleen slachtoffers, het is het pad van de gemiste kansen.
Conservatieven gaan ons land niet vernieuwen. Laat het tijdperk van 'het possibilisme' maar aantreden, zoals Rutger Bregman van De Correspondent schreef. Het is tijd voor meer nieuwsgierigheid, voor meer collectieve ambitie. We moeten niet overdreven optimistisch of overdreven pessimistisch zijn. Maar we moeten wel rotsvast geloven dat het anders kan.
Daarom hoop ik vurig dat deze legislatuur niet die van de dwaze polarisatie wordt. Dat het getier het niet haalt van het gesprek. De debatten zullen zeker pittig zijn. Maar er moet toenadering zijn, politiek blijft het samen zoeken naar oplossingen. Dit land heeft nood aan meer samenwerking. Desgevallend in het zachte licht van de nacht.

Share This