Groene vrienden,

Voor alle duidelijkheid: ik ben geen kandidaat-voorzitter. Ik zeg het liever nu al want rond de pot draaien is niet zo mijn ding. Ik geef toe:
voorzitter worden, met al die leden samenwerken, bezig zijn met inhoud, strategie én organisatie, het is echt een droomjob. Ooit hoop ik het eens te
mogen doen.

Maar ik ben net federaal fractieleider geworden. Van een sterke fractie, vol persoonlijkheden, ervaring en talent, in een tweetalige en (dus) erg
boeiende context. Ook een droomjob dus. De federale fractiedagen vorige week hebben die goesting alleen nog maar aangescherpt. Ik kan jullie nu al
vertellen: Ecolo-Groen is er klaar voor. Nu de regering nog.

Voor onze partij zijn de voorzittersverkiezingen een belangrijk moment.
Wouter, Bjorn en Elke hebben gezorgd voor stevige fundamenten. Het potentieel van Groen in Vlaanderen en Brussel is zeer groot,
zelfs ver voorbij de 10%. Deze generatie groenen moet die ambitie nu hebben. Ik zie hiervoor een aantal sterke hefbomen:

  • Meer dan ooit Groen: vernieuwers zonder dogma’s. Noch rechts noch klassiek links
    maken ons klaar voor de toekomst. Groen mag zich in dat rigide debat dan ook niet
    laten opsluiten in een hokje. Groenen zijn vernieuwers zonder dogma’s. Wij gaan
    oplossingsgericht voor nieuwe evenwichten. Een evenwicht tussen mens en milieu,
    tijd en geld, ik en wij, markt en staat, kansen en verantwoordelijkheden,
    voorbij de klassieke tegenstellingen en methodes.
    We zijn kinderen van onze tijd, wij zijn groen. Punt. Laten we daar
    heel duidelijk over zijn.
  • Groen over alles. De sociaaleconomische verbreding moeten we vooral blijven doen. We
    moeten tegelijk meer aandacht geven aan de gekende groene thema’s. Meer nog dan vandaag moeten we ook de handschoen
    opnemen rond belangrijke samenlevingsthema’s.
    Daar geloofwaardig en evenwichtig actief rond zijn is m.i. de volgende fase van de verdieping en verbreding. Het
    zal nodig zijn de komende jaren.
  • samen-WERKEN. Een autonome groene partij is noodzakelijk, een must. Maar natuurlijk moeten we samenwerken,
    in de parlementen en zeker ook op lokaal niveau. In samenwerken is vooral ‘–werken’
    erg belangrijk: concreet, dossiermatig en met respect voor elkaars verschillen. Waar het kan en dus niet als doel
    op zich. Groen moet zijn hand blijven uitsteken naar progressieve krachten binnen
    alle partijen en naar de vele positivo’s in de samenleving. Onze belangrijkste politieke partner is Ecolo.
    Die samenwerking mogen we wat mij betreft zelfs nog versterken.
  • De jongerenpartij: Groen heeft alles in huis om uit te groeien tot dé jongerenpartij. We hebben er de mensen en het programma voor. Er staat
    een klimaatgeneratie op: heel veel jonge mensen die duurzaamheid en sociale rechtvaardigheid erg belangrijk
    vinden. Een sleutelrol is daarbij weggelegd voor Jong Groen. Als voormalig jongerenvoorzitter kan ik alleen maar een warm pleidooi houden om hun werking nog meer te ondersteunen.

Natuurlijk zijn ook andere zaken belangrijk. Er is bijvoorbeeld
ook het verder versterken van onze lokale partijwerking en het vernieuwen van
onze participatieve werking. Voor dat laatste hebben we met de
Statutenwerkgroep een reeks voorstellen voorbereid.

Tot slot, er loopt veel
talent
rond in onze partij. Verschillende mensen zijn klaar om een belangrijke
rol op te nemen. Onze partij telt de facto meerdere mogelijke voorzitters. We
zullen dus kunnen rekenen op sterke
duo’s met een duidelijk project
. Een sterk duo, dat ook onze partij goed laat
functioneren, is belangrijk. Zonder gaan we de noodzakelijke groei niet
realiseren.

Wellicht zullen ook andere ideeën leven over de toekomst van onze
partij. Het worden dus boeiende gesprekken de komende tijd. Laten we allemaal
samen tonen wat Groen zo goed kan: een
open partij die samen knopen doorhakt
. Ik kijk er al naar uit.

Groene groeten,

Kristof Calvo

 

Share This