Warschau heeft het klimaat niet gered. Je hoeft geen klimaatwetenschapper te zijn om dat te weten. Op een aantal punten is er vooruitgang geboekt: er is een duidelijke kalender om te komen tot een globaal akkoord in 2015, enkele stappen inzake klimaatfinanciering zijn gezet en een wereldwijd verzekeringssysteem tegen klimaatschade wordt uitgewerkt. Maar strikte afspraken werden uiteindelijk ingeruild voor soepeler bewoordingen. De opwarming beperken tot 2 graden Celsius wordt zo steeds meer een papieren doelstelling.

Maar het internationaal proces opgeven, is het klimaat opgeven. De magere resultaten die we boeken zijn er dankzij het proces, veeleer dan ondanks. De keuze voor zulke onderhandelingen is dus in de eerste plaats pragmatisch. Het is een kwestie van iedereen aan boord te krijgen. Tegelijk is het ook een oprechte keuze voor een unieke vorm van mondiale democratie.

Dat er überhaupt iets wordt beslist, is telkens weer een klein wonder. 195 landen die een onderhandelingstafel delen, dat is een 65-voud van het aantal partijen in de Vlaamse regering. (Opsommen waar deze regering het allemaal niet eens over raakt, zou ons te ver leiden.) De vereiste algemene consensus staat inderdaad een verhoogde klimaatambitie in de weg. Maar het is meteen ook de garantie op een zekere aandacht voor klimaatfinanciering, adaptatiemaatregelen en historische verantwoordelijkheid.

Resultaat is dat je een heel andere onderhandeling krijgt dan een brute rapport de force, een fraaier schouwspel dan het doorsnee parlementair debat in ons land. De kleine eilandstaten boksen er boven hun (economisch) gewicht in deze wereldorde. Het blok van ontwikkelingslanden heeft veel impact ondanks hun heterogeniteit. Onderhandelaars van landen als Venezuela, Fiji, Bolivia en Swaziland eisen soms zelf individueel een sturende rol op. Ik zie het in de Kamer of het Vlaams Parlement niet snel gebeuren.

Vanzelfsprekend is er sprake van gelobby en gemarchandeer. Maar telkens ben ik ook onder de indruk van de inclusieve, empathische en verrassend open onderhandelingen. Je ziet het echt gebeuren in huddles, kleine groepjes van onderhandelaars die samenkomen in een hoekje van een onderhandelingszaal. In alle openheid, met smartphones die de onderhandelingen registreren, worden daar akkoorden bereikt. Zie je het al gebeuren dat de Belgische vicepremiers zo tot akkoorden moeten komen? De huddles in Durban en Warschau horen bij het mooiste wat ik van democratie en politiek al heb gezien.Krachtige, Europese as

Is dit een reden om geen scherpe klimaatkritiek meer te formuleren? Absoluut niet. Het non-beleid inzake klimaat is onaanvaardbaar. Op alle niveaus is meer klimaatambitie nodig. Maar het is wel een warm pleidooi om als België en met de EU te blijven investeren in het VN-klimaatkader. En het is ook een boodschap van en hoop en realisme. Want het is mogelijk.

De klimaattrein op snelheid krijgen kan door als Europese Unie de eigen ambities op te krikken om met de ontwikkelingslanden richting de klimaatconferentie van Parijs een krachtige as op te bouwen waar niemand omheen kan. Zo verschuift het debat van arm versus rijk naar progressief versus conservatief. De deadline van 2015 moet immers absoluut gehaald worden.

Het klimaat redden doen we niet met analyses. Daar hebben we actie voor nodig. Laten we met zijn allen de komende tijd de klimaatconservatieven stevig onder druk zetten. Maar de juiste analyse is wel een voorwaarde voor een oplossing. Onze klimaatverantwoordelijken hebben voorlopig noch de juiste analyse noch de concrete oplossingen in petto. En dat is het echte probleem, de ware schande, niet het VN-klimaatkader.

De opiniebijdrage verscheen op 26 november in De Standaard.

Share This