“Wat we zelf moeten doen, doen we ergens anders.” Geen nieuw mantra voor de debatten over staatshervorming, maar een pijnlijke samenvatting van het Belgische klimaatbeleid. Meer dan de helft van de gevraagde klimaatinspanningen doet België via de aankoop van 'schone lucht' in het buitenland (DM 20/11). De rekening van het klimaatshoppen: 194 miljoen euro, waarvan 158 miljoen door de federale regering.

Al in 2009 maakte het Rekenhof kipkap van het federale klimaatbeleid en het te gretig inzetten op dat aankopen van schone lucht. Het klimaatbeleid miste planning, visie en controle, was toen al het verdict. En over het aankopen van schone lucht via flexibele mechanismen werd niet nagedacht. Het wordt niet vergeleken met de kosteneffectiviteit van binnenlandse maatregelen, aldus het Rekenhof. We kopen emissierechten zonder dat we weten of reducties realiseren in eigen land niet goedkoper zou zijn. Minder C02 in eigen land is per definitie een betere optie qua klimaatbescherming. Als ook al het kostenplaatje onduidelijk is, zijn we helemaal fout bezig.

Burgers verdienen beter
Vier jaar later is die kritiek van het Rekenhof nog steeds actueel. Men is zelfs vastberaden om op dat elan voort te gaan. België trekt zich niets aan van de kritiek op de miljoenenaankoop van tonnen 'propere' lucht tijdens de eerste Kyotoperiode. Integendeel. Het schuimt nu alweer de koolstofmarkt af voor de tweede Kyotoperiode. Staatssecretaris voor Leefmilieu Melchior Wathelet doet er alles aan om niet te moeten reageren op de hele aankoopheisa. Het aankopen van schone lucht is verstandig groen, verdedigt Vlaams minister-president Kris Peeters het onverdedigbare. Terwijl Vlaamse kmo's, bedrijven en onderzoeksinstellingen staan te popelen om hier en nu hun steentje bij te dragen aan de strijd tegen de klimaatverandering.

Schone lucht kopen zou altijd een plan B moeten zijn, verbonden aan stevige criteria en richtlijnen: in eigen land werken aan minder uitstoot, en er jobs mee creëren, dat moet altijd de voorkeur krijgen boven de aankoopprogramma's, waar 11.11.11 terecht van stelt dat er ook allerlei problemen mee zijn.

Het gebrek aan intern klimaatbeleid staat niet op zich. Het sociale en het economische palmares van de klassieke tripartite overtuigt niet. Maar qua ecologie is dat rapport zo mogelijk nog magerder. Di Rupo I werd door sp.a-voorzitter Bruno Tobback nochtans aangekondigd als “een regering die nog groener zou zijn zonder de groenen”. Verder dan het kopen en verkopen van gebakken lucht springt men echter niet. Klimaat staat niet op de agenda bij Di Rupo en zijn troepen. Een kort overzicht van recente beslissingen leert ons dat de werkelijkheid ons verplicht tot dat strenge oordeel.

In februari 2012 schrapte de klassieke tripartite 300 miljoen aan steunmaatregelen voor energiebesparing en isolatie van burgers en hun woningen. Als binnenkomer kon dat tellen. (Dezelfde regering die premies voor energiezuinige ingrepen in woningen in ons land schrapt, financiert dus Hongarije om huizen te isoleren.) Begroting na begroting wordt bespaard op de NMBS, misschien wel de belangrijkste rechtstreekse klimaathefboom op federaal niveau. Over de nieuwe spoorbaas, daar bikkelt men over. Maar over het spoor als duurzaam transportmiddel hebben de excellenties van de traditionele partijen heel wat minder inspiratie. In mei 2013 stelde de regering zich borg voor de ontginning van Noordpoolgebied. Een stokoude kernreactor blijft langer open. Aan de massieve steun voor de bedrijfswagen is nauwelijks gesleuteld. Sinds haar aantreden is er onzekerheid over de steun voor windmolens op zee. Allerlei plannen inzake duurzame ontwikkeling verlopen moeizaam. We sukkelen met lekkende nucleaire vaten. Het energiezuiniger maken van overheidsgebouwen verloopt veel te traag.

Hoger op agenda
Het leefmilieu, onze burgers en bedrijven verdienen beter. Staatssecretaris Wathelet kan anders de bevoegdheid milieu beter van zijn visitekaartje schrappen. Eén doortastende, nieuwe klimaatregel noemen van de federale regering, het is niet mogelijk. En dat is erg vreemd. Het is een louter politiek fenomeen, een Wetstraatziekte. Want maatschappelijk ziet de hiërarchie der dingen er anders uit. Nooit werd er zoveel over klimaat gezegd en geschreven. Nooit stond het op de agenda bij zoveel bedrijven en organisaties. Kinderen groeien vandaag op met klimaatverandering. Laten we niet wachten met politieke actie inzake klimaat tot deze generatie zich op de politiek kan storten. Die tijd en luxe hebben we niet.

Op de klimaatconferentie van Warschau gaan de zaken moeilijk vooruit. De belangen en meningen liggen erg ver uit elkaar. Maar één gedachte is erg dominant in de tussenkomsten. “Klimaat moet hoger op de agenda”, klinkt het eensgezind. De oproep aan de onderhandelaars hier is er een dus die ook perfect opgaat voor de Belgische politiek. Want 'verstandig groen' is vooral onverstandig grijs. Tijd voor echt groen.

Dit opiniestuk verscheen op 21 november in De Morgen.

Share This