Het zat er al enige tijd aan te komen, maar de federale regering blaast haar
plannen af voor de veiling van kernenergie (De Tijd, 12 juli). Een jaar geleden,
bij de levensduurverlenging van Tihange 1, was de veiling nog de politieke
trofee van de minister voor Energie, Johan Vande Lanotte (sp.a).
Het moest de bocht van zijn partij wat maskeren.

Tot die dag, 4 juli 2012,
was de sp.a immers sterk gekant tegen het langer openhouden van de oudste
kerncentrales. Politiek slim spel. Vandaag kennen we evenwel het resultaat: geen
veiling of terbeschikkingstelling, wel tien jaar langer Tihange 1, een
kernreactor van het bouwjaar 1975.
Dat de poging (al dan niet oprecht) gedoemd was te mislukken, stond in de
sterren geschreven. Je kan immers niet zomaar capaciteit veilen of zonder
akkoord van de exploitant ter beschikking stellen van derden. Een hogere
nucleaire bijdrage, wettelijk verankerd, gebaseerd op de winsten van de
afgeschreven kerncentrales, was een veel zekerdere optie. Ook de
energieregulator CREG is die mening toegedaan.

Om (opnieuw) haar gezicht te redden, zet de regering nu een constructie op om
een deel van de winsten van Tihange 1 alsnog op te eisen. Opnieuw het betere
politieke werk, want de exploitanten hoeven zich echt geen zorgen te maken: de
marges zijn voldoende ruim. Daar heeft staatssecretaris voor Energie Melchior
Wathelet (cdH) voor gezorgd.

Bevoorradingsplan

Op die manier hanteert Wathelet voor de berekening hogere productiekosten dan
berekend door de CREG, gaat men uit van Electrabel-cijfers voor de
veiligheidsinvesteringen en voorziet men sowieso in een bepaalde marge. Alleen
bij zeer hoge energieprijzen (wat niet wordt voorspeld op de energiebeurzen),
zal dat mechanisme geld opleveren voor nieuw energiebeleid, zoals de
ondersteuning van gascentrales of windmolens op zee.

Het bevoorradingsplan van Wathelet bevat vanzelfsprekend ook enkele positieve
elementen: de aanzetten om te komen tot een beter vraagbeheer en meer
interconnectie. Maar dat weegt niet op tegen de negatieve elementen. Zo is en
blijft de tienjarige levensduurverlenging van Tihange 1 problematisch. Geen
enkel rapport pleit voor een tienjarige levensduurverlenging. Door deze oude
reactor langer open te houden, fnuikt de regering de uitrol van hernieuwbare
energie en flexibele gascentrales, die men dan wel noodgedwongen extra zal
moeten subsidiëren.

Het staat symbool voor de ad-hocaanpak van onze energiepolitiek. Een probleem
wordt ‘opgelost’ door een nieuw probleem te creëren. Er wordt geïmproviseerd met
maatregelen, subsidies en extra wetgeving, zonder een duidelijke visie op de
energiemix en het marktdesign van de toekomst. Voor investeerders is het als een
spel spelen zonder de spelregels te kennen. En voor de consument en de kmo’s
eindigt dat spel altijd met verlies.

Energiebeleid is in dit land te versnipperd. Dat is geen pleidooi voor een
nieuwe staatshervorming, wel voor een nationaal investeringsplan met
gemeenschappelijke doelstellingen, ook op langere termijn. We moeten het
ambitieus aanpakken. Het doel is 35 procent groene stroom tegen 2020 (zoals in
Duitsland) en 100 procent hernieuwbare energie tegen 2050. Dat doel is haalbaar.
Dat blijkt uit de studie van het VITO samen met het Federaal Planbureau van
december vorig jaar. Maar het vereist natuurlijk wel wat politieke moed en
heldere keuzes. Een degelijk institutioneel kader met tussentijdse
doelstellingen is werkelijk noodzakelijk.

De transitie naar hernieuwbare energie kan ons land tot 60.000 nieuwe banen
opleveren. Bovendien is dat het beste antwoord op de slinkende voorraad fossiele
brandstoffen, waarvan de prijs steeds duurder wordt. Bij ongewijzigd beleid
betalen we in 2030 12 miljard euro aan energie die we uit het buitenland
opkopen, en in 2050 zelfs 16 miljard.
Als we volop investeren in hernieuwbare energie zullen we in 2050 slechts 6
miljard euro moeten betalen. Dat is een forse besparing van 10 miljard.
Daarenboven zal de uitstoot van broeikasgassen enorm dalen, wat een goede zaak
is voor de gezondheid van de mensen en het milieu.


Rechtszekerheid

En de overheid moet tonen dat het menens is. Zonder vertrouwen en
rechtszekerheid geen euro’s voor investeringen. Daarvoor hebben wij een concreet
voorstel. Verandert de overheid andermaal het speelveld, bijvoorbeeld door nog
eens de nucleaire uitstap uit te stellen, dan moet men aan investeerders in
alternatieven een boete betalen.
Een ander concreet punt is en blijft het sterker afromen van de nucleaire
monopoliewinsten: niet om het gat in de begroting te dichten, maar investeringen
in energie-efficiëntie en hernieuwbare energie mogelijk te maken zonder verder
de factuur van onze burgers en bedrijven te verzwaren. Alleen zo zorg je voor
een eerlijk speelveld.

Alleen met een echt plan zal er altijd stroom zijn. Maar dan moet deze
generatie energiepolitici die verantwoordelijkheid ook opnemen, en de nucleaire
erfenis van hun politieke (groot)vaders omruilen voor een positief perspectief.
Doet die generatie dat niet, dan verdient men eigenlijk niet om in dit boeiende
tijdsgewricht aan energiebeleid te doen.

Dit opiniestuk verscheen 13 juli in De Tijd.

Share This