Zuhal Demir (N-VA) kraakte het akkoord inzake het eenheidsstatuut af(DS 8
juli). De regeringspartijen zijn bij monde van Mathias De Clercq (Open VLD) dan
weer euforisch(DS 9 juli). Laten we eerlijk zijn: we mogen en moeten tevreden
zijn dat er net voor de deadline een akkoord werd afgesloten. Het alternatief
was de chaos. Saved by the bell.

Maar de onderhandelaars mogen zich niet laten verblinden door de bloemen en
de cameraflitsen na het akkoord. Er is nog veel werk op zeer korte termijn en
het akkoord heeft ook enkele ernstige minpunten. Die moeten benoemd en aangepakt
worden. De (voorlopig) gemiste kansen om te vernieuwen moeten alsnog worden
gegrepen.

Een eerste uitdaging is het verduidelijken en vervolledigen van het akkoord.
Juristen hebben al gewezen op de mist in het akkoord, vooral over hoe de
overgangsperiode geregeld wordt. Het is al aangegeven dat de carenzdag en
opzeggingsperiodes gelijkschakelen wel volstaat voor het Grondwettelijk Hof,
maar niet betekent dat arbeiders en bedienden in de feiten gelijk behandeld
worden.

Tweede uitdaging is een bewaker aan de achterdeur. De inkt was nog niet
droog, of hout en bouw merkten op dat artikel I.VI. uitzonderingen zou toestaan
voor welbepaalde activiteiten. (Schrik niet, deze uitzonderingen zullen de
bescherming niet verbeteren maar wel naar beneden halen.) In één adem lieten
werkgevers al weten dat ze tijdelijke of andere contracten zouden moeten
gebruiken indien ze niet vallen onder deze uitzonderingsmaatregel. Sociale
chantage, waar de regering nee tegen moet zeggen.

We doen nog een voorzet daarvoor. Eén: de uitzonderingen kunnen geen regel
worden. Sectoren zullen niet massaal moeten rekenen op een minder dan normale
bescherming van werknemers. Twee: deze uitzondering is best tijdelijk. Tegen
2018 moeten alle sectoren dezelfde minimale bescherming geven aan hun
werknemers. Om de kost draaglijk te houden voor werkgevers, moet dit gekoppeld
worden aan een grondige lastenverschuiving. Drie: het gebruik van tijdelijke of
andere precaire contracten kan niet zomaar ongebreideld groeien.
E

en derde uitdaging zit in het hedendaagse arbeidsmarktbeleid. Het akkoord
ademt een relatieve klassieke logica uit. Op termijn moeten we de relatie tussen
anciënniteit en bescherming minder sterk maken. Wanneer 'nieuwe' werknemers veel
minder worden beschermd, ontstaat er een nieuwe vorm van discriminatie.

De hulp bij wedertewerkstelling moet daarom veralgemeend worden voor alle
werknemers die langer dan één jaar in dienst waren. Een dergelijke begeleiding
is anno 2013 de beste ontslagbescherming. Een historisch akkoord moet immers ook
de toekomst omarmen.

Dit opiniestuk verscheen woensdag 10 juli in De Standaard.

Share This