'Negentig procent groene stroom komt uit gas- of kerncentrale' (DM, 13/5). Deze krantenkop was wellicht goed voor weer flink wat energiegevloek in de Vlaamse huiskamers. Resultaat: een verwarde tot gelaten consument en in één beweging ook de ernstige groene producenten in diskrediet. In zo'n maatschappelijk klimaat wordt de uitrol van groene energie bijzonder lastig (gemaakt).

Garanties van oorsprong zijn bewijzen dat ergens in Europa groene stroom werd geproduceerd. Energieleveranciers kunnen die garanties kopen van groene energieproducenten om vervolgens hun elektriciteit als groen door te verkopen. Een groen energiecontract in België betekent dus niet per se dat de geleverde elektriciteit op Belgische bodem werd geproduceerd. Is dit systeem voor verbetering vatbaar? Zeker. Is dit een complot van het groot kapitaal jegens de consument? Allerminst.

De garanties van oorsprong zijn dus een manier om groene stroom te labelen. Als je naar de supermarkt gaat en je koopt biologische groenten of chocolade van eerlijke handel, verwacht je dat je die producten daadwerkelijk eet. Bij elektriciteit is dat ingewikkelder: er bestaat nu eenmaal niet zoiets als grijze of groene elektronen. Op het net komt alle stroom samen. Een garantiesysteem zal altijd een boekhoudkundig systeem blijven. Er wordt daarom gegarandeerd dat de groene energieproductie ergens gebeurt, maar die geproduceerde elektronen komen niet noodzakelijk in ons stopcontact terecht. Wie stroom koopt met zo een garantie, wordt dus niet opgelicht. Dat zo voorstellen is bedrieglijk. Maar je koopt dan wel stroom of energie die niet lokaal geproduceerd wordt. En inderdaad, die lokale productie moeten we dringend opkrikken.

Samen verantwoordelijk
We moeten snel en met zijn allen meer hernieuwbare energie produceren. Volgens Eurostat heeft België amper 4,1 procent aandeel in hernieuwbare energie. Alleen Malta, Luxemburg en Groot-Brittannië scoren slechter. Ondertussen werd de symbolische grens van 400 deeltjes CO2 per miljoen vorige week overschreden. “Wereld heeft een rode lijn CO2 overschreden”, liet VN-klimaatverantwoordelijke Christiana Figueres gisteren optekenen. Meer groene energie zorgt niet alleen voor minder klimaatverandering, ze zorgen voor meer groene jobs. 60.000 extra arbeidsplaatsen volgens het Planbureau. Bovendien wijzen tal van studies op een verbetering van onze gezondheid door meer in te zetten op propere technologie.

Dan zijn Noorse garanties van oorsprong onvoldoende voor een gerust geweten. We moeten dus meer groene energie produceren, ook in Vlaanderen. Sommige politieke partijen en machtige bedrijven willen de groene energiesector in Vlaanderen in diskrediet brengen. Gelukkig participeren veel burgers vandaag al in energiecoöperatieven die instaan voor de centrale productie van groene energie, overal in Europa. En dan gaat het om wind- en watermolens in de eigen buurt, gezamenlijke zonnepanelen, duurzame biomassa of biogas, warmtekracht of geothermie op wijkniveau. De overheid kan deze lokale productie stimuleren door naar Deens model bewoners instaprecht te geven in aandelen van windturbines, door aandelen in lokale energiecoöperatieven fiscaal te stimuleren of door groepsaankopen te steunen van lokale energieproductie. Vandaag gebeurt in Vlaanderen echter het omgekeerde: door recente beslissingen van de Vlaamse regering zijn investeringen in groene stroom gekelderd en is de onzekerheid in de groene energiesector nog nooit zo groot geweest.

Genoeg cynici
De burger moet goed geïnformeerd worden. Zeker om de cowboys in de energiesector te weren. Maar ook om transparantie te bieden in welke leveranciers welke groene energie aanbieden. De Vlaamse energieregulator kan proactief verduidelijken welke bedrijven lokale groene stroom bezitten.

Ingevoerde groene energie is goed. De energietoekomst is per definitief Europees. Maar lokaal geproduceerde groene energie is beter. Een simpele stelregel. Als we die toepassen, kan dat veel verschil maken. Burgers nemen verantwoordelijkheid op voor de productie van hernieuwbare energie in eigen buurt in plaats van die af te schuiven naar verre oorden. En de overheid moet hen daarin ondersteunen.

Samen zijn we tot veel in staat. Maak de mensen dan ook niet cynisch met misleidende informatie. Dat de mondige, goed geïnformeerde consument macht heeft, is bewezen in de versterkte concurrentie op de leveranciersmarkt. Ook voor de productie is veel mogelijk. Cynici zullen de lamp niet doen branden.

Deze vrije tribune, samen geschreven met Vlaams Parlementslid Hermes Sanctorum, verscheen op 14 mei in De Morgen.

Share This