Energiebandieten versus de consument, 0-1. Dat zou de scorebordjournalistiek
kunnen zijn van de afgelopen week na de aangekondigde prijsverlagingen van
Electrabel en Luminus. Want inderdaad - laten we beginnen met het goede nieuws
-: de energieconsument heeft de historische spelers tot actie gedwongen. Hun
prijzen zijn nog altijd niet de goedkoopste, maar ze lijken de boodschap stilaan
te hebben begrepen. Namelijk: energiebedrijven met grijze stroom, dure facturen
en een arrogante huisstijl worden anno 2012 langzaam maar zeker afgestraft. De
liberalisering is een feit, juichen de regeringspartijen. De consument zou bij
het lezen van de krant de indruk kunnen krijgen dat men toch maar niet moet
switchen van energieleverancier. Of dat de strijd gestreden is en dat 2013 het
jaar wordt van de lagere energiefacturen.

Maar de realiteit is lichtjes anders.
Vergelijken en verhuizen loont nog altijd de moeite. De strijd is nog lang niet
gestreden. Willen we een eerlijke energiemarkt, schoon en zeker, dan zijn er nog
heel wat structurele hervormingen noodzakelijk. Op niveau van de productie, waar
nog steeds een bijna-monopolie geldt, maar ook op niveau van de
leveranciersmarkt (de levering aan gezinnen en bedrijven) is er nog heel wat
vooruitgang te boeken.

Laten we niet vergeten dat een substantieel deel van de
huishoudens nog steeds geen leveringscontract heeft getekend. Zij worden
bijgevolg nog steeds voorzien door de 'standaardleverancier', de historische
operator. In Vlaande- ren gaat het om zo'n 10 procent van de consumenten. In
Brussel geldt dat voor bijna een derde van de huishoudens. Sleepers heetten ze
op de energiehoofdkwartieren. Een specifieke campagne van de energieregulatoren
naar hen toe is een van de mogelijkheden. Of waarom geen reeks openbare
aanbestedingen organiseren om de standaardleveranciers opnieuw te bepalen? Dat
zou pas een groepsaankoop zijn.

Bovendien blijft de markt onvoldoende
transparant. De tarievenjungle hypothekeert een eerlijke vergelijking. De
gewiekstheid van de marktspelers mag niet worden onderschat. Er zijn geen
verbrekingsvergoedingen meer, maar er zijn nu kortingen die je maar krijgt als
je een bepaalde tijd klant blijft. Of men werkt met schijnbaar goedkope
tarieven, maar met een hoge vaste vergoeding. Ook het aan banden leggen van
verborgen dure verlengingstarieven is nog huiswerk voor de politiek en de
regulatoren.

Ook voor zij die ooit al eens zijn overgeschakeld is het werk niet
af. Iedereen moet blijven vergelijken. De V-test van de Vlaamse energieregulator
VREG moet daarom nog meer een begrip worden. Pas wanneer in elke voetbalkantine
over de V-test wordt gepraat, zitten we goed. De switchcampagne 'Durf
vergelijken' van de FOD Economie samen met de lokale besturen zou regelmatig
moeten worden herhaald. Want onze consumenten moeten blijven gebruikmaken van de
vrijheid die ze sinds de afschaffing van de verbrekingsvergoeding genieten.

Tussen haakjes: ook de federale energieregulator CREG heeft de afgelopen maanden
en jaren een belangrijke rol gespeeld. Het is dan ook extra jammer dat de CREG
op dit moment lijkt gecensureerd te worden door de klassieke tripartite. Het
voltallige directiecomité moet opkrassen. Onder anderen Guido Camps, zeg maar de
echte Robin Hood van de energiemarkt, mag op zoek naar een nieuwe uitdaging.
Enkele apparatsjiks van traditionele partijen worden in stelling gebracht om
'constructiever' op te treden. Zullen zij de belangen van onze consumenten en
kmo's wel voldoende assertief behartigen? Het is een van de belangrijke
energievragen voor 2013.

De vooruitgang op de leveranciersmarkt mag niet doen
vergeten dat er nog gigantisch veel werk is op niveau van de productie. Daar
heeft Electrabel nog een bijna-monopolie. Voor het aanzwengelen van de
concurrentie is een hogere nucleaire bijdrage een must. De woekerwinsten met de
afgeschreven kerncentrales blijven een doorn in het oog van al wie investeert in
nieuwe productiecapaciteit.

Net als de CREG is Groen van oordeel dat een fiscaal
aftrekbare nucleaire bijdrage van 550 miljoen euro bruto (250 miljoen netto) te
weinig is. Een hogere bijdrage van de kernexploitanten zou de doorbraak van
nieuwe spelers en technologie mogelijk maken. Niet de consument maar de
nucleaire monopolist moet mee opdraaien voor de energie-investeringen waar we
sowieso voor staan.

De commotie rond de energieprijzen en de uiteindelijke
reactie daarop van de energiebedrijven verdient zeker een plek in het
jaaroverzicht. Het is een belangrijke zege van de mondige consument. Maar één
iets is nu al zeker: ook in 2013 met er nog heel hard worden gewerkt aan schone
en betaalbare energie.

Deze opiniebijdrage verscheen op 21 december in De Morgen.

Share This