Het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC) klopt overuren. De snelle opeenvolging van zomerse nucleaire ‘incidenten' is opvallend: het jarenlange, niet op te lossen lek van licht radioactief water in Tihange 1, de problemen in het reactorvat van Doel 3 en nu ook het nucleaire stort bij Best Medical in Fleurus. En onlangs kreeg ook het nucleair verwerkingsbedrijf Belgoprocess voor de tweede keer een gele kaart.

Telkens weer is er normaliter geen direct gevaar voor de volksgezondheid. Maar een mens krijgt het gevoel dat er echt iets moet gebeuren vooraleer er een sense of urgency ontstaat. Vooral de situatie in Doel 3 doet vragen rijzen over de geloofwaardigheid en de degelijkheid van onze controlesystemen. ‘Nieuwe ultrasone testen', testen die in andere landen al lang plaatsvinden, wijzen op scheurtjes in het reactorvat. De vastgestelde anomalieën leiden in het najaar mogelijk tot de directe sluiting van Doel 3. Ondertussen is Electrabel op zoek naar de bouwplannen van het vat in de Rotterdamse stadsarchieven.

Transparantie?

Het is opvallend. Telkens is het rekenen op speurwerk van een ijverige journalist, een loslippige bekeerling of gelekte mails om op de hoogte te zijn. Transparantie blijft een probleem in de nucleaire industrie. ‘Laat ons nu toch gewoon doen zoals men dat vroeger deed', zie je de nucleaire ingenieurs steeds denken. Sorry heren en dames van de nucleaire industrie, we leven in een transparantiesamenleving, een samenleving die Tsjernobyl en Fukushima heeft meegemaakt. Het ongebreidelde nucleaire optimisme is niet meer. En de mensen zijn niet dom: ze willen info, eerlijke info. Die honger naar transparantie zal alleen maar toenemen. Dus wen er maar aan.

Prioriteit nummer één is om bestaande veiligheidsrisico's zo snel mogelijk weg te werken, dat spreekt voor zich. Maar de uitdaging is breder. Wat is nucleaire veiligheid anno 2012? Hoe creëren we een cultuur van openheid en transparantie? Hoe verbeteren we de werking van het FANC? De FANC-wet dateert ondertussen van 1994, het agentschap is operationeel sinds 2001. Voor een keer zou de Wetstraat niet hoeven te wachten op een grote crisis voor een dergelijke oefening.

Een grondige doorlichting van het beleidskader inzake nucleaire veiligheid zou grondiger en geloofwaardiger zijn dan de steekvlampolitiek na Fukushima (‘de stresstest'). Voor zo'n doorlichting zou de regering tijdelijk een regeringscommissaris kunnen aanduiden. Een dergelijke aanpak heeft goed gewerkt op vlak van voedselveiligheid, met Freddy Willockx als regeringscommissaris na de dioxinecrisis tussen 1999 en 2001. De commissaris kan nauw samenwerken met de subcommissie Nucleaire Veiligheid in het parlement.

Enkele hervormingen liggen eigenlijk voor de hand. Het personeelsbeleid in de controleorganen moet worden omgegooid: komaf maken met de vervlechting tussen de controleur en de gecontroleerde. Net op dit moment loopt de zoektocht naar een nieuwe directeur-generaal voor het FANC. Op de shortlist: voormalige directeurs van de kerncentrales en uitbestede Electrabel-pionnen. Zelfs Robert Leclère, voorzitter van het Nucleair Forum (!), maakt kans om Willy De Roovere te vervangen. (Het Nucleair Forum van de misleidende, nucleofiele reclame in treinstations en bushokjes.) In afwachting van strenge regels inzake onverenigbaarheden moet de regering alvast een geloofwaardige nieuwe FANC-directeur aanduiden.

Myrrha, een ‘folieke'

Een andere uitdaging is een zekere, meer onafhankelijke financiering van het FANC. Het Agentschap hangt voor ongeveer 80 procent af van heffingen betaald door Electrabel. Sluit het FANC Doel 3, dan vermindert ze automatisch haar eigen werkingsmiddelen substantieel. Dat is niet meteen een solide, onafhankelijke financiële basis, terwijl de uitdagingen op het vlak van veiligheid reëel zijn.

Tegelijk vermijden we ook beter foliekes zoals Myrrha, de onderzoeksreactor van het Studiecentrum voor Kernenergie (SCK) naar kerncentrales van de vierde generatie. Net doordat het om een nieuw type reactor gaat, plaatst Myrrha het FANC voor grote uitdagingen. Dat is tijd en energie die niet meer geïnvesteerd kan worden in Doel 3, Best Medical of Belgoprocess. En dat voor een financieel en technologisch zeer onzeker project. Dat was althans het oordeel van de Oeso, de Oeso van Yves Leterme, als premier nochtans één van de politieke peters van het Myrrha.

Dat nucleaire veiligheid bij de bevoegdheid Binnenlandse Zaken hoort, is trouwens nefast. Het is een (politiek) crisisdepartement bij uitstek. Telkens weer komen de nucleaire dossiers onder aan de stapel te liggen. De minister wordt immers dagelijks bestookt met vragen over politie, brandweer en civiele bescherming. Annemie Turtelboom ontdekte de bevoegdheid bijgevolg pas na Fukushima. Voor de huidige minister, Joëlle Milquet, is het ook niet meteen het favoriete onderwerp. Bij het debat over haar beleidsnota nucleaire veiligheid moest de minister het antwoord schuldig blijven op zowat alle vragen. ‘Meneer Calvo, ik stel voor dat u een vergadering hebt met mijn medewerkers over deze vragen'. Doet een minister dat voor een ander thema, het kot is te klein.

Nucleaire veiligheid is bij Binnenlandse Zaken terechtgekomen door de link met crisisplanning en evacuatie bij nucleaire rampen. De bevoegdheid aan de federale minister van Leefmilieu en Volksgezondheid toewijzen, zou de huidige dynamiek fundamenteel kunnen wijzigen. De cultuur en de belangen zouden dan meteen wijzigen. De missie wordt dan echt mens, milieu en werknemers dag na dag beschermen tegen nucleaire risico's - hoe klein die in sommige gevallen ook zijn. En die risico's maximaal inperken is keihard werken, elke dag opnieuw. Werk dat een geëngageerde, ingelezen minister behoeft.

Deze opiniebijdrage verscheen 16 augustus in De Standaard.

Share This