Moeten we nu ongerust zijn dat we vanaf 2014 geconfronteerd zullen worden met onverwachte stroomuitvallen? Zo ver hoeft het niet te komen. Maar het voorlopige rapport van de administratie Energie zet in elk geval de discussie over de bevoorradingszekerheid weer op scherp. Dat nieuwe investeringen uitblijven en oude thermische centrales vervroegd sluiten, zou aanleiding kunnen geven tot stroompannes in 2014.

Mogelijke antwoorden voor piektekorten op korte termijn zijn al eerder gesuggereerd. In plaats van steunmaatregelen te schrappen moet volop ingezet worden op energiebesparing. Het potentieel aan besparing wordt geschat op maar liefst 4 Twh tegen 2015, dat is meer dan de totale productie van de kerncentrale Doel 1 (3,5 Twh). Heel concreet zouden we voor de wintermaanden een flinke besparing kunnen realiseren door een vervangingsprogramma van elektrische verwarming.

We moeten in elk geval voorkomen dat Electrabel op eigen houtje andere centrales sluit om de schaarste te organiseren. Electrabel speelt een vuil spel. Het sluit bepaalde eigen gas- en stroomcentrales, zodat het dan extra druk kan uitvoeren om zijn zeer lucratieve, afgeschreven kerncentrales alsnog langer te kunnen openhouden. Zoiets heet moedwillige sabotage. Zoiets heet: spelletjes spelen op de kap van de consument en op die van onze toekomst. De regering moet hier komaf mee maken door te verplichten dat de energiewaakhond Creg daar als scheidsrechter optreedt. Het moet de Creg zijn die kan toestaan of centrales al dan niet dicht kunnen.

De echte uitdaging is complex en reikt verder dan de periode van 2014-2015. Energiebeleid voeren is meer dan stroompannes vermijden. Het gaat erom investeringen aan te zwengelen, investeerders rechtszekerheid en duidelijkheid te bieden en - vooral - centen te vinden om die keuzes te financieren. Een investeerder weet vandaag niet welke energiemix onze overheden nastreven (wel of geen kernuitstap). De dagjespolitiek levert afwisselend over- en ondersubsidiëring op. De technologiefederatie Agoria schat de daardoor geblokkeerde energie-investeringen op 3 miljard. Dat gaat onder meer om een moderne, flexibele gascentrale in Evergem van 1,2 miljard, die alleen al tijdens de tweejarige bouwperiode 1.200 mensen werk kan verschaffen.

Drie pistes voor 20 miljard

We kunnen het ons niet veroorloven om investeerders weg te jagen. Het Belgische productiepark is zeer oud. Niet meer dan een vierde van onze productiecapaciteit (4412 MW) is 20 jaar of jonger. Sowieso staan we tegen 2030 voor 19,5 à 21,5 miljard investeringskosten in elektriciteitsproductiecapaciteit. Dat leert ons de recente studie Nieuwe energievooruitzichten voor België tegen 2030 van het Federaal Planbureau. Daarbij komt een drievoudige noodzaak: energiebesparing, vereiste netvernieuwing en de gewenste investeringen in bijkomende transportcapaciteit. De publieke financiën laten niet toe om die financiering helemaal met algemene middelen te doen. Een te doorgedreven ondersteuning via de elektriciteitsfactuur is dan weer nefast voor de koopkracht en voor de competitiviteit van onze industrie.

Daarom moeten we op zoek gaan naar originele pistes. Er zijn er minstens drie te bedenken: een hogere nucleaire bijdrage herinvesteren, een volkslening uitschrijven (ecobons) en de financiële ruimte aanwenden die zal ontstaan na energiebesparende maatregelen. De federale regering volgt (voorlopig?) niet. De bijdrage van Electrabel blijft, dixit de Creg, te laag. Stimuli voor energiebesparing worden geschrapt. De volkslening, iets waar de (toen nog) senatoren John Crombez en Johan Vande Lanotte in de vorige regeerperiode nog voor pleitten, wordt maar niet geconcretiseerd.

Een investeringsplan à la Hollande

Gouverner, c'est prévoir. De energie-investeringen niet voorbereiden is geen optie. Het is zoals de vergrijzing ontkennen, een factuur doorschuiven naar toekomstige regeringen en generaties. Het goede nieuws is bovendien dat, als we het nodige kapitaal mobiliseren en de juiste keuzes maken, de investeringen serieus zullen renderen. Een investeringsplan om stroompannes te vermijden zou heel wat banen kunnen opleveren.

Om inspiratie op te doen, kan staatssecretaris voor Energie, Melchior Wathelet, misschien een bezoek brengen aan Denemarken. Dit voorjaar werd in Denemarken een ambitieus energieplan ontrold met concrete doelstellingen voor 2020: 35 procent hernieuwbare energie, 50 procent windelektriciteit, 34 procent minder CO2-uitstoot en 8 procent energiebesparing. Het zal de Deense economie geen windeieren leggen.

Wathelet enco moeten zo snel mogelijk een dergelijke aanpak voorbereiden: een globaal, interfederaal energie-investeringsplan met een sluitende financiering. Het voor juni beloofde federale uitrustingsplan, het vehikel om de beslissing over de kernuitstap voor zich uit te schuiven, moet meer zijn dan een optelsom van geplande projecten.

In Europa waait een nieuwe wind. ‘De blinde besparingen zijn te kortzichtig, er moet ook geïnvesteerd worden.' De kersverse Franse president François Hollande zal de komende weken met die boodschap van hoofdstad naar hoofdstad trekken. Bij zijn ontvangst in Brussel moet premier Di Rupo toch iets kunnen vertellen? Een energie-investeringsplan met hernieuwbare energie en energiebesparing zou een mooi begin zijn van een echt Belgisch relancebeleid.

Deze opiniebijdrage verscheen op 11 februari in De Standaard.

Share This