De afgelopen twee weken hebben de ministers en
staatssecretarissen van de regering Di Rupo hun beleidsnota’s voorgesteld in de
diverse commissies. Op enkele uitzonderingen na waren de beleidsnota’s knip-en
plakwerk van het regeerakkoord.

“We hadden te weinig tijd om de nota’s voor te
bereiden”, klonk het vaak. Kort, korter, kortst, zo kan je de reeks
beleidsnota’s best omschrijven. Sommige nota’s werden ook heel laat aan het
parlement bezorgd.

Het debat over de nota’s was vaak van een hoger niveau.

Zo
heb ik zelf boeiende debatten gehad met Hendrik Bogaert (ambtenarenzaken),
Johan Van de Lanotte (economie) en Steven Vanackere (duurzame ontwikkeling).
Zij stonden open voor de suggesties van de parlementsleden, ook van de groene
oppositie. Zij beloofden plechtig er rekening mee te houden in het toekomstig
beleid. Ik ben zeer benieuwd. In elk geval heb ik hun engagementen goed
genoteerd.

Het energie- en leefmilieudebat met Wathelet was veel minder
productief. De beleidsnota energie was een erg mager beestje. De
staatssecretaris zat er ongeïnteresseerd bij en leek niet geneigd om ook maar
een beetje rekening te houden met de input.

Geen antwoord, wel een ontmoeting over nucleaire veiligheid

En Joëlle Milquet? “Uw suggesties rond nucleaire veiligheid
zijn interessant. Ik stel voor dat we elkaar snel eens ontmoeten in aanwezigheid
van mijn medewerkers om de reeks vragen en suggesties te bespreken”, was
Milquets antwoord op mijn tussenkomst van 20 minuten op het hoofdstuk in haar
beleidsnota over het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC).

Wat gebeurt er nu? De ministers gaan over tot de orde van de
dag. De mondelinge beloftes van de ministers tijdens de bespreking worden bewust
of onbewust vergeten. De beleidsnota’s zullen stof liggen vergaren. De
politieke actualiteit zal goede en minder goede voorstellen wegduwen.

Als het hier bij blijft, missen we een grote kans. Een kans
op betere beleidsnota’s en dus beter beleid. Een kans om als politiek België wat
maturiteit te tonen. Een kans ook voor de meerderheid om wat vertrouwen te winnen
van de oppositie. Wat stel ik dan voor? Een tweede versie van elke beleidsnota,
meer uitgewerkt en rekening houdend met de input van het parlement.

Terugkomen

Elke minister en staatssecretaris moet dan binnen enkele
weken terugkomen naar het parlement en voorstellen welke aanpassingen zij of
hij heeft doorgevoerd. Alleen dan neemt men de geformuleerde suggesties au serieux. Alleen dan zijn de vele
engagementen van tijdens de besprekingen enigszins verankerd.

Op een moment dat Vlaams minister Muyters terecht onder vuur
ligt voor de minachting van het Vlaams parlement zou het een overwinning zijn
voor de parlementaire democratie. Beleidsnota’s aanpassen na het parlementair
debat erover zou een trendbreuk zijn.

Politieke vernieuwing gaat over meer dan
uittredingsvergoedingen en pensioenen. Het gaat ook over het versterken van het
parlement, over het werk maken van een echt georganiseerd meningsverschil.

En sommige ministers kunnen zo’n tweede zit echt goed
gebruiken, dus waarom zouden we het niet doen? Ik zal een briefje schrijven aan
Kamervoorzitter André Flahaut om het voor te stellen.

Share This