In schril contrast met de marginale aandacht vooraf voelden velen zich geroepen
om het uiteindelijke resultaat van de VN-klimaatconferentie in Durban te
beoordelen. Ook Vlaams minister van Leefmilieu Joke Schauvliege (CD&V) had
een rapport klaar. “Het akkoord is onvoldoende en schuift belangrijke
beslissingen voor zich uit”, klonk het. De minister vindt dat landen als China,
India en de VS “eindelijk moeten bijdraaien”.

De reactie lijkt
(eco)logisch. Hoewel we het bereikte akkoord zeker niet mogen onderschatten, is
het resultaat is minder fraai dan gehoopt. Moeilijke onderhandelingen met
uiteenlopende belangen zorgen immers voor suboptimale oplossingen. Voorlopig
lijken we daardoor af te steven op een gevaarlijke(re) klimaatsverandering van
meer dan 2 graden Celsius. In 2010 stootten we mondiaal een recordhoeveelheid
broeikasgassen uit. Iedereen begrijpt dat 2020, vijf jaar na het moment waarop
onze wereldwijde emissies moeten pieken, te laat is voor een globaal bindend
klimaatakkoord.

Toch was Schauvlieges reactie even schrikken. Stond daar
plots een klimaatprogressieve politica? Opent CD&V de jacht op de groene
kiezer? Heeft de minister 1 jaar na haar EU-voorzitterschap tijdens de
conferentie in Cancun alsnog ontdekt hoe cruciaal internationale
klimaatonderhandelingen zijn? Ik vermoed dat minder sympathieke argumenten aan
de basis liggen van haar kritiek. Misschien wil de minister eigenlijk zeggen dat
ze wel erg werd gemist als Belgisch delegatieleider of EU- voorzitter. Al is die
verklaring weinig waarschijnlijk wegens compleet ongeloofwaardig.

Meer
waarschijnlijk is dat de minister een debat voorbereidt dat er onvermijdelijk
zit aan te komen: het debat of de Europese Unie nu wel of niet haar
klimaatambitie moet opkrikken. In het voorjaar beslist de EU of ze haar
reductiedoelstelling unilateraal optrekt van 20 naar 30 procent minder
broeikasgassen in 2020. Of we die keuze moeten maken, zorgt ook in ons land voor
pittige debatten.

De Kamer sprak al twee keer haar steun uit voor meer
Europese klimaatambitie. Het regeerakkoord van Di Rupo I, ondertekend door de
federale afdeling van CD&V, kiest ook voor 30 procent. Ook het Waalse en
Brusselse Gewest zijn al lange tijd voor. Maar CD&V in Vlaanderen, N-VA en
dus de Vlaamse regering willen dit goede voorbeeld niet volgen. In de taal van
de V-partijen heet dat “een Vlaamse minderheid die een uitgesproken Belgische
meerderheid gijzelt”.

Nochtans is 30 procent niet hyperambitieus. Meer
Europese klimaatambitie heeft bovendien tal van voordelen: ecologisch, maar ook
economisch en budgettair. Ook de minister van Volksgezondheid zou moeten
uitkijken naar meer klimaatambitie. Een studie van de Health and Environment
Coalition schat de gezondheidsvoordelen tussen 10,5 miljard euro en 30,5 miljard
euro. Voor België komt de besparing neer tussen 320 miljoen euro en 923 miljoen
euro per jaar vanaf 2020. Het optrekken van de Europese doelstelling kan ook de
alliantie tussen de EU en de armste en meest kwetsbare landen nog versterken.
Zonder die as, waar de voorbije conferentie hard aan is gewerkt, had Durban tot
niets geleid. Klimaatcommissaris Connie Hedegaard wordt terecht geprezen voor
haar dwingende rol tijdens de conferentie.

Tot nu toe hanteerden de
klimaatconservatieve krachten in binnen- en buitenland een andere logica,
namelijk de oude logica dat milieubeleid slecht is voor onze competiviteit.
“Hogere Europese doelstellingen kunnen maar als de VS en China ook in het bad
zitten”, luidt het dan. Net daarom bekritiseert bijvoorbeeld de Vlaamse
klimaatminister de uitkomsten van Durban. Net daarom verwijzen collega's van
traditionele partijen zo graag naar de slechtste klimaatleerlingen. Het is een
weloverwogen strategie om het draagvlak voor meer eigen inspanningen te
fnuiken.

Schuldig verzuim
Voor sociale zekerheid
kijken we nooit naar de VS, democratie organiseren we ook niet op basis van de
Pekingstandaarden, maar inzake klimaat is het ritme van de traagsten de te
volgen lijn voor de klimaatconservativo's. Na de Durbanconferentie is die lijn
er een van onverantwoordelijkheid en schuldig verzuim. Tot 2020 wachten om in
Europa een tandje bij te steken is ervoor kiezen om mee curator worden van het
klimaatfailliet.

Internationale klimaatakkoorden buizen is maar
geloofwaardig als je zelf de nodige moed toont. Nu Canada aanvallen als
klimaatketter is terecht maar eigenlijk ook niet 100 procent geloofwaardig. Tot
vorig jaar heeft Europa zelf twijfel gezaaid over het voortbestaan van het
Kyotoprotocol. Het veto van de VS tegen internationaal klimaatbeleid aanklagen
kan maar als het Belgische en Vlaamse njet tegen de 30 procent sneuvelt. Wie aan
Indiërs vraagt dat ze hun economische ontwikkeling herbekijken, moet ook de
Europese consumptie- en productiepatronen willen omgooien.

Het is goed om
van tijd tot tijd in het eigen hart te kijken. De regeringen in ons land staan
daarom weldra voor een belangrijke keuze. Ofwel zetten ze zich in het kamp van
landen zoals Spanje, Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Frankrijk die al gepleit
hebben voor 30 procent, ofwel kiezen ze de kant van Polen, dé grote tegenstander
van meer Europese klimaatambitie. CD&V federaal lijkt stilaan voor het
eerste te kiezen, CD&V Vlaanderen voorlopig nog voor het tweede. Wie zoals
Joke Schauvliege de Polen in Durban als EU-voorzitter aan het werk heeft gezien,
zou geneigd moeten zijn spontaan het klimaatprogressieve kamp te
kiezen.

Noot aan de minister:
Beste minister, het is best mogelijk dat
mijn vermoeden compleet fout is. Dat ik als parlementslid van de oppositie
spijkers op laag water zoek. Of misschien is er sprake van een misverstand en
heeft de Vlaamse regering ondertussen al gekozen voor meer Europese
klimaatambitie. Ik hoop het oprecht. Morgen een afspraak op deze opiniepagina's
om dat misverstand dan definitief de wereld uit te helpen?

Dit opiniestuk verscheen op 14 december in De Morgen. Vlaams Parlementslid Hermes Sanctorum ondertekent mee.

Share This