De zoektocht van los indignados dit weekend naar
een slaapplaats in Brussel is haast een metafoor. Een metafoor over een
generatie op zoek naar perspectieven. Een generatie die steeds moet aanhoren dat
het alleen maar slechter kan gaan, een generatie die zich sterk afvraagt of haar
vertegenwoordigers op Europees en nationaal niveau wel uit het juiste hout zijn
gesneden. 

Dat de stoet der verontwaardigden ook halt houdt aan de gebouwen van de
Europese Commissie is logisch als je hun aanbevelingen bekijkt over de nationale
hervormingsprogramma’s. De aanbevelingen van de Commissie en de verontwaardigde
jongeren hebben meer met elkaar te maken dan we vermoeden. Sterker nog, los
indignados
zouden er misschien niet eens zijn zonder het beleid van de
Commissie en haar nationale filialen.

Dat jongeren zich opwinden is logisch. Onze welvaartstaat heeft immers een
probleem, zowel op financieel, sociaal als ecologisch vlak. En op lange termijn
lossen we dat probleem niet op met de Europese recepten. De verontwaardiging
gaat over wie de factuur zal betalen: nu en in de toekomst. 

Over in welke conditie onze welvaartstaat in 2020 en 2030 zal verkeren. Over
welke toekomstkansen er wel en niet worden gecreëerd. Het gaat over de vele
sociale doelstellingen die we ondanks grote investeringen vandaag al niet
realiseren. 

De vraag voor mij als jonge politicus is hoe we die verontwaardigde generatie
weer recht in de ogen kunnen kijken, hoe we voettochten van verontwaardigde
Belgische jongeren kunnen afwenden. En geloof me: één regering zal echt niet
volstaan. Het is de renovatie van de welvaartstaat die de echte uitdaging
vormt. 

Het alternatief lijkt gekend 

In binnen- en buitenland wordt het debat over de toekomst van onze
welvaartstaat vandaag gedomineerd door rechtse krachten. Door angst te zaaien,
proberen ze hun economische agenda door te drukken. Politici ter rechterzijde
gebruiken de problemen om te pleiten voor harde saneringen, minder sociale
bescherming en minder solidariteit. 

De argumentatie is pseudo-wetenschappelijk: alsof de vooruitgeschoven
recepten neutraal zijn. De Europese Commissie en de Vlaamse rechterzijde zijn
immers in hetzelfde bedje ziek, het bedje van de nu al platgetreden paden. 

Dat het blind saneren een aanslag betekent op de binnenlandse vraag, lijkt
geen issue. Rechtse taboes zoals een vermogenswinstbelasting en een strijd tegen
de fiscale fraude blijven terwijl overeind. 

Geheel onbewust worden de rechtse dogmatici geholpen door de traditionele
linkerzijde en de vakbonden. Al te vaak houdt men daar vast aan het status-quo.
Het resultaat is een geleidelijke uitholling van onze welvaartstaat waarbij de
verdere afbouw zowat het enige hoorbare en dus haalbare alternatief lijkt. Die
nakende uitholling en het steeds moeten horen dat “het minder zal zijn”, zijn
volgens mij de oorzaken van de verontwaardiging bij heel veel jongeren. 

De groene welvaartstaat, een nieuw perspectief 

Om als politieke wereld weer jongerenharten te veroveren, is dus meer nodig
dan een regering. Er is nood aan een nieuw verhaal. Pas dan mag je van de
burgers verwachten dat ze weer vertrouwen hebben en zich smijten voor een
langere loopbaan. Een toekomst staat of valt immers met het creëren van
perspectieven, met het aanwakkeren van hoop in de hoofden en de harten van
burgers. 

Die hoop, de grondstof voor de noodzakelijke verandering, kunnen we alleen
realiseren met een nieuw perspectief. Dat nieuwe perspectief kan de uitbouw van
een groene welvaartstaat zijn, een welvaartstaat waar sociale en ecologische
rechtvaardigheid tot dé maatschappelijke doelstellingen worden uitgeroepen, waar
jongeren en de toekomstige generaties een stem krijgen in het politieke
debat. 

Een groene welvaartstaat uitbouwen, is geen kwestie van meer of minder
welvaartstaat en ook geen zaak van meer of minder sociale bescherming. In de
toekomst zal de welvaartstaat er per definitie anders uitzien, de vraag is hoe
anders en voor wie anders. 

Het pad van de groene welvaartstaat is een pad van grondige hervormingen. Pas
door zo’n offensief verhaal te ontwikkelen, zal duidelijk worden dat de
rechterzijde geen monopolie heeft op hervormingen. Pas door met zijn allen een
dergelijk mobiliserend verhaal te concretiseren, bieden we een antwoord op de
stijgende verontwaardiging bij twintigers en dertigers in heel Europa. 

De transitie naar een groene economie zal op termijn winnaars en verliezers
met zich mee brengen. Andere sectoren zullen onze welvaartstaat moeten schragen.
Er zal gemiddeld langer gewerkt moeten worden, maar loopbanen zullen
gemoderniseerd worden. 

Dé wettelijke pensioenleeftijd, 65 jaar, wordt variabel: het moment van
intrede en de actieve periode zullen het moment van uittreding bepalen. Publiek
gegarandeerde tijdsrechten maken bijkomende opleidingen, zorg en
maatschappelijke participatie tijdens de loopbaan mogelijk. 

De torenhoge belastingen op arbeid worden ingeruild voor ecofiscaliteit, een
vermogenswinstheffing en een eerlijke vennootschapsbelasting. Energie wordt
nooit meer goedkoop. We drukken daarom de factuur door ambitieuze programma’s
over energiebesparing. Die programma’s zijn meteen de werkgevers voor jongeren
op zoek naar een zinvolle baan. 

Nieuw Sociaal Pact 

De groene welvaartstaat krijg je natuurlijk niet cadeau. Het vraagt om
duidelijke keuzes en fundamentele hervormingen, steeds meer op Europees niveau,
maar zeker ook in eigen land. Een groot akkoord is wat het Belgisch sociaal
systeem vandaag nodig heeft: een akkoord dat ook onze economie moderniseert en
de fiscaliteit hervormt. 

Zo’n groot akkoord moet een nieuw Sociaal Pact opleveren, zoals in 1944, een
billijk en hoopgevend sociaal contract op macroniveau, tussen generaties, tussen
inkomensgroepen, tussen werkgevers en werknemers. 

Eigenlijk hebben we geen keuze: het is nodig om onze welvaartstaat te
renoveren. De indignados zullen met minder geen vrede nemen. En gelijk hebben
ze.

(Dit opiniestuk van Kristof Calvo verscheen op dinsdag 18 oktober op www.dewereldmorgen.be

Share This