Wat moet een mens nog doen om gehoord te worden? Ongetwijfeld vragen velen van de SHAME-betogers zich dat nu af. Het gebeurt niet elke dag dat vijfenveertigduizend mensen in de straten van Brussel protesteren. Heel wat politici voelden zich geroepen de betoging te commentariëren en vooral te minimaliseren. Politici die zondag de moed hadden mee op te stappen en te luisteren naar de aanwezigen, waren er dan weer veel minder.
 

“Een mars van oude Belgen, geen duidelijke boodschap of een toevalstreffer van een Facebookgekke generatie”, klonk het nadien aan bepaalde partijhoofdkwartieren. Alsof voorbije zondag toevallig een heleboel mensen op hetzelfde moment een bezoek wilden brengen aan het Jubelpark. Kamerlid Ben Weyts (N-VA) sleepte de hoofdprijs in de wacht. De betoging afdoen als een bewijs voor “de verscheidenheid en de verschillen tussen Vlamingen en Walen” getuigt van een ongekend cynisme. 

Zoals elke beurscrash voor wel enkele nieuwe miljonairs zorgt, zo hopen ook nu enkele avonturiers politiek gewin te realiseren ten koste van ons ganse democratisch systeem. De verontwaardiging bij de organisatoren en deelnemers is dan ook logisch. Ook wij, als jonge politici, zijn boos over de interpretatiestrijd en de goedkope recuperatie van zo’n waardevol signaal. Een politieke crisis blijven gebruiken om er zelf beter van te worden is immers stielbederf, het onderuit halen van het ganse politieke bedrijf.

Als vijfenveertig duizend burgers al geen politiek signaal meer is, wat dan wel nog? Moeten de 140 000 virtuele kampeerders echt hun tentje opslaan voor de Wetstraat 16 vooraleer iemand hen opmerkt? Moet er echt een gek opstaan die de verruwing van het politieke debat in daden omzet? Moeten burgers toch een keer massaal thuisblijven bij volgende verkiezingen om collega-politici te laten inzien dat ze spelen met de toekomst van de politiek?
 

Deze politieke crisis gaat al lang niet meer alleen over regionaliseren of niet, splitsen of niet. Het is een crisis geworden van onze democratie. Het is een gevolg van een politieke elite met een zeer eigenaardige, smalle visie op democratie. Een volwassen democratie is het georganiseerde meningsverschil, waar plek is om van je te laten horen, ook als je een ander geluid maakt. In een land waar je in een hokje wordt geduwd, een identiteit wordt opgedrongen en andersdenkenden als verraders worden afgeschilderd, komt die vrijheid in gedrang.

Inderdaad, politici hebben een belangrijke verantwoordelijkheid. Maar de democratie bestaat uit meer dan onderonsjes van partijvoorzitters en parlementaire debatten. Verkiezingen zijn slechts een momentopname en de democratie daartoe verengen zou neerkomen op een verarming en versmalling. Wie de rijkdom van meningen en uitingsvormen minacht, belijdt de armoede. Less is hier weldegelijk less.

Dat burgers actief deelnemen aan het debat, is broodnodig, zeker in deze politieke context. Want de legitimiteit die verkozenen hebben door hun stemmenaantal (hoe hoog ook) is nooit een carte blanche voor het eigen goeddunken. Het is “slechts” een contract met de burger om de samenleving samen vorm te geven, werk te maken van welzijn en welvaart. Politici zijn er immers voor de burgers, niet omgekeerd. De voorbije maanden zijn tal van politici dat uitgangspunt vergeten. Ergens onderweg hebben zij blijkbaar hun respect voor de wakkere burger verloren.

De schade die de paternalistische commentaren toebrengen aan het geloof van jongeren in ons democratisch systeem is groot. Terecht maken de onderhandelaars zich al maanden zorgen over de economische situatie van ons land. De zogenaamde spread met Duitsland wordt zorgvuldig in de gaten gehouden. Maar de politieke prijs die we zullen betalen voor het weglachen van een generatie die zich opricht en zegt: “Take it down a notch,” zullen we nog veel langer en veel harder voelen. 

Terwijl een generatie van zestigers het economisch en ecologisch systeem heeft laten ontsporen en ons opzadelde met een miljardenhoge staatsschuld, kibbelen de dertigers en veertigers nu al drie jaar over de splitsing van een kieskring die het merendeel van de bevolking niet eens op een blinde kaart kan aanduiden. We hopen dan ook vurig dat de twintigers op straat willen blijven komen. Het is nodig. Er staat te veel op het spel.

Share This